Toto Wolff heeft bevestigd dat McLaren in het eerste jaar van de F1-regels van 2026 op achterstand staat als klantenteam van Mercedes, omdat een fabrieksteam met geïntegreerde ontwikkeling van chassis en powerunit sneller leert en sneller kan reageren op problemen. De Mercedes-teambaas zei tijdens het Grand Prix-weekend van Hongarije tegen geselecteerde media, waaronder RacingNews365, dat hij het eens is met de analyse die McLaren eerder zelf maakte.
Volgens Wolff is dat nadeel inherent aan een nieuw technisch tijdperk. "Ze zijn in werkelijkheid heel correct en hoffelijk geweest in de manier waarop Andrea en Zak de situatie hebben beoordeeld," zei de Mercedes-teambaas over de opmerkingen van McLaren-teambaas Andrea Stella en CEO Zak Brown. Hij legde uit dat een team dat powerunit en chassis als geheel ontwikkelt "altijd een bepaald voordeel" heeft, omdat het chassiswerk in de simulator met vertraging komt en een klantenteam bepaalde lessen pas later leert wanneer een nieuwe krachtbron wordt ingezet.
Daarmee gaf Wolff feitelijk gelijk aan McLaren, dat al langer stelt dat het in 2026 op de "back foot" is begonnen. McLaren is als enige van de top vier geen fabrieksteam, wat volgens de eerdere uitleg van het team niet alleen de reactie op betrouwbaarheidsproblemen bemoeilijkt, maar ook de ruimte beperkt om chassisproeven op dezelfde manier uit te voeren als Mercedes zelf.
Wolff erkende ook dat McLaren dit seizoen niet alleen met een structureel leerproces te maken had, maar ook met concrete technische problemen vanuit Mercedes. Hij bevestigde dat er meerdere kwesties opgelost moesten worden bij de levering van de powerunit, waaronder een "phasing issue" en een "mileage issue". Eerder in het seizoen leidde dat al tot meerdere uitvalbeurten voor McLaren.
Dat die inhaalslag nog loopt, bleek ook in België. Lando Norris en Oscar Piastri reden daar met de nieuwste Mercedes-software voor de powerunit, bedoeld om batterijgerelateerde problemen aan te pakken. Wolff benadrukte daarbij vooral de houding van McLaren als partner. "Wat ik heb gezien, en dat wil ik nog eens benadrukken, is dat ze zich als partner en klant heel correct opstellen, met begrip voor de tekortkomingen die je mogelijk aan de chassiszijde kunt hebben," zei hij.
Wolff verwacht wel dat dit verschil niet permanent zal zijn. Hij noemde 2026 voor klantenteams een "inhaalrace" en stelde dat de ontwikkelingscurve en het begrip nu beginnen af te vlakken. Als dat gebeurt, zullen de verschillen tussen fabrieksteam en klantenteam in kennis en toepassing van het nieuwe pakket volgens hem geleidelijk kleiner worden.
© Eterna