Ollie Bearman zei na zijn laatste plaats van de geklasseerde finishers in de Grand Prix van Hongarije dat de Haas “een absolute nachtmerrie om te besturen” was, en wees de auto aan als hoofdreden voor wat hij omschreef als “een horrible, horrible weekend”. De Brit kwam op de Hungaroring als P19 over de streep, twee ronden achter winnaar Lando Norris.
Daarmee werd vooral zichtbaar hoe ver Haas in Boedapest was weggezakt. Bearman startte vanaf P17, ging in de race alleen verder achteruit en zei dat hij gedurende het hele weekend geen enkel moment vertrouwen had gevoeld. In zijn eerste volledige reactie na de race noemde hij het “zeker het slechtste weekend van het jaar” en zei hij: “Vanaf de eerste ronde die ik heb gereden tot nu heb ik geen vertrouwen kunnen vinden.”
Wat de terugval extra zorgelijk maakt voor Haas, is de vergelijking met Spa. Daar voelde de auto volgens Bearman nog competitief aan, maar in Hongarije was het beeld volledig omgekeerd. “We need to understand why Spa was so good and why this weekend has been so bad because the feeling has been completely the opposite,” zei de Haas-coureur. Hij voegde eraan toe dat hij “all level of confidence in the car” had verloren.
Bearman legde de schuld niet bij zijn eigen optreden, maar bij een bredere technische grilligheid binnen Haas. Volgens hem gaat het niet alleen om pure snelheid, maar om een auto die van weekend tot weekend, en zelfs van de ene kant van de garage naar de andere, fundamenteel anders kan aanvoelen. Hij zei dat soms zijn auto, en op andere momenten die van teamgenoot Esteban Ocon, “suddenly missing 10, 15 points of load” is. Daardoor is het team volgens hem gereduceerd tot “just hoping you’re going to be on the good side” om nog een fatsoenlijk weekend te hebben.
Die inconsistentie maakte Hongarije volgens Bearman tot meer dan een simpel circuit-specifiek dipje. Hij sprak over “big deltas in terms of loads” vergeleken met Spa en ook met de andere Haas, en zei dat de race blootlegde “how poor we are in terms of inconsistencies”. Op de vraag hoeveel van zijn problemen aan hemzelf lagen, was zijn conclusie kort: “So, yeah, it’s the car.”
De frustratie werd nog groter doordat Aston Martin Haas in Boedapest voorbij leek te steken. Fernando Alonso werd in de kwalificatie de eerste Aston Martin-coureur van dit seizoen die Q1 overleefde, terwijl Bearman daar juist strandde. Dat deed pijn, gaf hij na de kwalificatie toe. “It’s really painful,” zei hij. “It shows that we’re really fighting and struggling at the moment.” Bearman plaatste daar wel bij dat de Hungaroring met zijn korte rechte stukken waarschijnlijk een circuit is dat Aston Martin beter ligt dan veel andere banen.
Voor Haas komt die terugval op een slecht moment. Het team heeft nu al vijf races op rij niet gescoord sinds Monaco begin juni. Ook Ocon bleef in Hongarije buiten de punten na P15 in de kwalificatie en P16 in de race, wat onderstreepte dat het niet om een geïsoleerd probleem aan één kant van de garage ging.
Bearman gaat daardoor met weinig vertrouwen de zomerstop in. Hij zei dat Haas denkt te begrijpen waar het misging, maar dat er diepgaand werk nodig is voordat de Formule 1 terugkeert. “We think we understand why but we have to look long and hard through things over the summer break,” zei hij, nadat een weekend dat begon zonder vertrouwen eindigde als een harde waarschuwing over Haas’ vorm en richting in het middenveld.
© Eterna