Slechts twee Formule 1-coureurs zijn in een WK-race in Monaco ooit in de haven beland, en in beide gevallen liep het spectaculaire moment niet daar af: Alberto Ascari in 1955 en Paul Hawkins in 1965 wisten uit hun zinkende auto te ontsnappen, maar kwamen later alsnog om bij andere race-ongelukken.
Dat maakt die twee crashes uitzonderlijk in de geschiedenis van Monaco. Op een circuit waar een kleine fout direct wordt afgestraft, zijn Ascari en Hawkins nog altijd de enige F1-rijders die hun race letterlijk in het water zagen eindigen.
De eerste van de twee was Ascari tijdens de Grand Prix van Monaco van 1955. De Italiaan reed voor Lancia en leidde de wedstrijd nadat Stirling Moss was uitgevallen met motorpech. Op ronde 80 van de 100 ging het mis bij de chicane na de tunnel. Ascari verremde zich, schoot rechtdoor en verdween met auto en al de haven in.
De crash werd direct een van de beroemdste beelden uit de vroege Formule 1, niet alleen door de impact, maar ook doordat Ascari eraan wist te ontsnappen. Hij klom uit de auto en zwom naar veiligheid terwijl zijn Lancia naar de bodem zonk. Wat in Monaco nog als een wonderlijke ontsnapping kon worden gezien, kreeg alleen vier dagen later een veel zwaardere betekenis.
Ascari verongelukte kort daarna op Monza tijdens een test met een Ferrari-sportwagen. Volgens de in de samenvattingen aangehaalde, algemeen aanvaarde lezing verloor hij simpelweg de controle, waarna de auto over de kop sloeg en tot stilstand kwam. Daardoor veranderde zijn havencrash achteraf van een opmerkelijk overlevingsverhaal in een grimmige voetnoot bij zijn laatste levensdagen.
Tien jaar later herhaalde de geschiedenis zich op opvallende wijze. In de race van 1965 miste Lotus-coureur Paul Hawkins eveneens de chicane in Monaco en eindigde ook hij in de haven. Net als Ascari kon de Australiër zichzelf uit de auto bevrijden voordat die zonk in de Middellandse Zee.
Ook dat incident bleef niet alleen een spectaculaire Monaco-anekdote. Hawkins kwam later om het leven in het Verenigd Koninkrijk, tijdens de RAC Trophy op Oulton Park. Zijn Lola crashte daar en vloog in brand, waarna hij aan zijn verwondingen bezweek.
Juist die parallel geeft de twee havencrashes hun plaats in de Monaco-geschiedenis. Het gaat niet alleen om twee zeldzame ongevallen op dezelfde plek, maar om twee coureurs die het water overleefden en wier naam toch later met een fatale crash verbonden raakte. Daarmee blijven Ascari en Hawkins de enige twee voorbeelden van hoe een enkele remfout in Monaco kan uitgroeien tot een van de meest beladen episodes uit de WK-historie van het stratencircuit.
© Spencer