Esteban Ocon kwalificeerde zich in Spa slechts als 18e voor de Grand Prix van België en wees na afloop op een specifiek probleem aan zijn kant van de Haas-garage: volgens hem kampte zijn VF-26 met een groot topsnelheidstekort en instabiliteit achter, terwijl alleen de auto van teamgenoot Oliver Bearman "werkt zoals het hoort".
Daarmee viel Ocon voor de vijfde keer in de laatste zes grands prix al in Q1 af. Hij zette in het eerste kwalificatiedeel een 1.47,801 neer en start door straffen uiteindelijk als 17e, terwijl Bearman met P16 in Q1 doorging naar Q2 en bijna zeven tienden sneller was dan Ocon.
Ocon zei na afloop tegen Canal+ dat hij niet bijzonder boos was, omdat Haas de problemen al zag aankomen. "We wisten dat het een moeilijke sessie zou worden," zei hij. "We verliezen meer dan vijf tienden op de rechte stukken, dus met dit probleem dat we sinds het begin van het weekend niet hebben kunnen oplossen, is het lastig." Volgens Ocon probeerde het team in de slotrun dichter in de slipstream van andere auto's te blijven om een deel van dat verlies te beperken.
Daar kwam volgens hem nog een tweede probleem bovenop. "We hebben ook een probleem met de belasting aan de achterkant van de auto, dus hij is behoorlijk instabiel," zei Ocon. Hij vond zijn ronde op zichzelf goed genoeg en stelde dat hij op Spa vaker vergelijkbare ronden heeft gereden die normaal wel genoeg waren om door te gaan.
De opmerkelijkste passage volgde toen Ocon het verschil met Bearman moest verklaren. Hij ontkende dat een gemiste tow de oorzaak was en zei dat beide auto's dezelfde specificatie gebruiken. Tegelijk stelde hij dat er op rechte stukken wel degelijk een verschil tussen de twee Haas-auto's zat. "De auto's zijn gelijk. Niet letterlijk, maar ze gebruiken dezelfde specificatie," zei Ocon. "Maar één auto is op het rechte stuk vier km/h sneller dan de andere." Zijn conclusie was scherp: "Alleen Ollies auto werkt zoals het hoort. Zo is het nu eenmaal."
Ocon zei ook dat het probleem niet in de energielevering zat. De slipstream van auto's voor hem, onder meer van Liam Lawson, hielp volgens hem slechts beperkt. Daarmee bleef overeind dat Haas op zijn auto iets niet onder controle heeft wat bij Bearman wel functioneerde.
Volgens Ocon was het tekort bovendien groter geworden ten opzichte van vrijdag. Waar Haas toen nog ongeveer twee tot tweeënhalve tiende verloor op de rechte stukken, was dat op zaterdag eerder vierenhalve tot vijf tiende. Hij koppelde dat aan de wisselvallige eigenschappen van de VF-26, waarmee hij naar eigen zeggen al maanden worstelt.
Teambaas Ayao Komatsu bevestigde indirect dat het probleem vooral Ocons kant trof. Hij zei dat de vooruitgang van vrijdag bij Bearmans auto overeind bleef en dat de Brit er in de kwalificatie bijna alles uithaalde, ondanks tijdverlies in zijn laatste Q2-ronde nadat hij een schakelaar op het stuur had geraakt. Over Ocon was Komatsu veel minder duidelijk: de Fransman was in FP2 nog tevreden met de auto, maar was in de kwalificatie "ver verwijderd" van waar Haas hem verwachtte. Het team begrijpt volgens Komatsu nog niet waarom dat veranderde, wat betekent dat Haas zonder duidelijke oorzaak de race ingaat met één auto die werkt en één die dat volgens de coureur niet doet.
© Eterna