McLaren heeft de Grand Prix van Monaco aangegrepen om wat het team als zijn 1000e Formule 1-start telt te vieren, precies 60 jaar nadat Bruce McLaren op hetzelfde circuit voor het eerst met de M2B aan een WK-race deelnam. Voor die gelegenheid zette het team de oorspronkelijke M2B naast de huidige MCL40, die in Monaco met een speciale 1000-races-livery reed.
De ceremonie bracht verleden en heden van McLaren samen. Lando Norris en Oscar Piastri stonden er naast een reeks voormalige racewinnaars voor het team: Emerson Fittipaldi, Mika Häkkinen, David Coulthard, Gerhard Berger, Heikki Kovalainen, Juan Pablo Montoya, John Watson, Lewis Hamilton en Fernando Alonso. In totaal waren 11 van de 15 nog levende coureurs aanwezig die ooit een Grand Prix voor McLaren wonnen. Samen vertegenwoordigen zij 93 van de 203 overwinningen van het team in de Formule 1.
Juist de aanwezigheid van Hamilton en Alonso gaf de bijeenkomst extra gewicht. Beiden rijden inmiddels voor rivalen, Ferrari en Aston Martin, maar sloten toch aan bij het eerbetoon in Monaco. Zak Brown, CEO van McLaren Racing, noemde dat veelzeggend. “Het was geweldig”, zei Brown. “Om Lewis en Fernando te zien opduiken om hun steun aan McLaren te tonen, is geweldig.” Volgens hem laat dat zien wat de sport vaker zou moeten doen: “soms iets sportiever zijn en de geschiedenis erkennen.”
De symboliek van de locatie was voor McLaren minstens zo belangrijk als het ronde getal. Monaco was in 1966 het decor van de eerste WK-start van het team onder eigen naam, met Bruce McLaren zelf achter het stuur van de M2B. Tijdens de viering bracht Häkkinen die auto opnieuw de baan op voor een demonstratierun, waarmee de link tussen het begin van het team en het huidige tijdperk zichtbaar werd gemaakt.
Toch bleef de 1000-racesclaim niet onomstreden. Sommige statistiekensites tellen McLaren vóór Monaco op 998 starts, terwijl het team zelf uitkomt op 999 voor het weekend en Monaco dus als nummer 1000 beschouwt. De afwijking draait om de Grand Prix van de Verenigde Staten van 2005 in Indianapolis. McLaren rekent die race mee omdat de auto’s van Kimi Räikkönen en Juan Pablo Montoya de formatieronde voltooiden en daarna uit eigen beweging terugkeerden naar de pitstraat, terwijl externe databases dat vaak niet als een officiële start meetellen.
Dat maakt de viering niet minder betekenisvol voor McLaren zelf. Het team koppelde zijn eigen telling bewust aan Monaco, de plek waar zijn F1-verhaal begon, en gebruikte het weekend om te laten zien hoe diep zijn geschiedenis in de sport reikt, van de M2B uit 1966 tot een huidige line-up die opnieuw vooraan meedoet.
© Jonathan Borba