© Eterna

Mansell noemt F1-inhaalacties ‘volledig nep’

Nigel Mansell heeft de huidige Formule 1-regels hard aangevallen en stelt dat sommige inhaalacties door batterij-inzet en softwaresturing “volledig nep” zijn, terwijl hij na de zware crash van Oliver Bearman in Japan ook waarschuwt dat de situatie “extreem gevaarlijk” is.

In gesprek met Autosport zei de wereldkampioen van 1992 dat de manier waarop energie wordt teruggewonnen en afgegeven de controle bij de coureur weghaalt. “Misschien word ik hiervoor afgeschoten, maar helaas zijn sommige inhaalacties volledig nep”, zei Mansell. Volgens hem lijken bepaalde acties spectaculair, tot de auto op de uitgang van de volgende bocht plots extra vermogen krijgt en de positie meteen weer terugpakt. “De computer geeft op het verkeerde moment extra vermogen. De coureur heeft daar geen controle over. Als ik zelf had kunnen kiezen, had ik het daar niet gebruikt.”

Hij koppelde dat aan een voorbeeld dat hij toeschreef aan Lando Norris. Mansell zei dat Norris had uitgelegd dat hij op weg naar een chicane in een snelle bocht eigenlijk niet wilde inhalen, maar “geen keuze” had. Daarna zou de andere auto op het rechte stuk met een nieuwe vermogenspiek weer zijn langszij gekomen. Voor Mansell laat dat zien dat de intentie van de coureur en wat de auto uiteindelijk doet niet meer altijd samenvallen.

Daarmee ging hij rechtstreeks in tegen Stefano Domenicali, de president en CEO van de Formule 1, die de kritiek eerder had proberen te relativeren. Domenicali zei tegen Autosport: “Een inhaalactie is een inhaalactie” en stelde dat mensen “een kort geheugen” hebben, omdat er in het turbotijdperk van de jaren 80 ook al met lift-and-coast en brandstofbesparing werd gereden.

Mansell wees die vergelijking resoluut van de hand. “Nee, dat deden wij niet”, zei hij. Volgens hem was lift-and-coast in de jaren 80 niet meer dan subtiel van het gas gaan wanneer je in iemands slipstream zat en besloot niet aan te vallen. “Dat is brandstof sparen, dat is het gas doseren. Dat is slim.” Wat nu gebeurt, noemde hij fundamenteel anders. “Een computer die het rijden van de auto overneemt en energie terugwint voor de batterij, dat is iets totaal anders. En wij vertraagden niet met 50 tot 70 km/u voor de snelste bochten. Dus die vergelijking gaat eerlijk gezegd nogal ver.”

Zijn scherpste waarschuwing ging over veiligheid. Mansell verwees naar het incident tijdens de Grand Prix van Japan, waar Bearman met groot snelheidsverschil op de langzaam rijdende Alpine van Franco Colapinto afkwam, contact wist te vermijden en daarna zwaar crashte. “Ik heb enorm veel sympathie voor de coureurs. Ik denk dat het op dit moment heel gevaarlijk is”, zei hij. “We zijn in Japan al aan een vreselijk ongeluk ontsnapt, dus dat was geluk. Oliver had echt zwaar gewond kunnen raken.”

De uitspraken komen op een moment dat de Formule 1 en de teams al aanpassingen hebben doorgevoerd vanaf de Grand Prix van Miami, bedoeld om extreem lift-and-coastgedrag of ‘superclipping’ te beperken, kwalificatieronden vaker voluit te laten verlopen en de veiligheid te verbeteren. Voor Mansell raakt dat echter niet de kern van het probleem, omdat energieterugwinning en softwaregestuurde vermogensverdeling juist centraal staan in het 2026-reglement.

Daarmee gaat zijn kritiek verder dan nostalgie over een vroegere generatie auto’s. Mansell zet vraagtekens bij de geloofwaardigheid van het racen zelf en bij de veiligheid van een systeem waarin de software volgens hem te vaak bepaalt wanneer een inhaalactie ontstaat of direct weer ongedaan wordt gemaakt.