© Jonathan Borba

FIA checkt ADUO-data na protest van Red Bull

De FIA is haar omstreden ADUO-beoordeling voor 2026 aan het verifiëren nadat Red Bull om uitleg vroeg over een uitkomst waarin juist Red Bull Powertrains als referentie voor de verbrandingsmotor werd aangewezen en Mercedes daardoor extra ontwikkelruimte krijgt.

Die eerste analyse werd na de eerste vijf races gedeeld met de vijf motorfabrikanten op de zondagochtend van de Grand Prix van Monaco. Volgens die beoordeling was RBPT op pure ICE-prestatie de maatstaf, niet Mercedes, ondanks het feit dat Mercedes op dat moment alle races van het seizoen had gewonnen. De FIA controleert nu de gebruikte data, sensoren en methodologie opnieuw, een proces dat in Barcelona werd omschreven als een extra verificatiestap en niet per se als een volledige herziening van de uitkomst.

De inzet is groot, omdat de ADUO-classificatie direct bepaalt wie tijdens dit reglementencyclus extra ruimte krijgt om de power unit te ontwikkelen. Fabrikanten die meer dan 2 procent achter de referentie zitten, mogen een extra upgrade doorvoeren. In de eerste beoordeling viel Mercedes in die categorie, terwijl Red Bull als benchmark juist geen upgradekans kreeg. Dat maakte de uitslag meteen politiek en sportief beladen.

Red Bull reageerde niet met triomf, maar met verbazing. Max Verstappen, Red Bull-coureur, zei donderdag in Barcelona: “Ik denk dat we allemaal een beetje verrast waren door dat nieuws.” Hij voegde eraan toe: “Ik denk dat we daarom nu met de FIA praten, om te zien wat daar is gebeurd en hoe ze tot die conclusie zijn gekomen.” Verstappen zei ook dat het voor het team dubbel voelt: trots op wat RBPT in korte tijd heeft neergezet, maar tegelijk verward omdat Red Bull intern niet het gevoel heeft de beste te zijn.

De kern van de controverse zit in de manier waarop ADUO is opgebouwd. De FIA meet alleen de prestaties van de verbrandingsmotor, niet van de volledige power unit. Toch mag een fabrikant dat ADUO-toegang krijgt niet alleen aan de ICE sleutelen, maar ook aan elektrische onderdelen wijzigingen doorvoeren. Juist dat verschil tussen wat wordt gemeten en wat uiteindelijk ontwikkeld mag worden, voedt de kritiek in de paddock.

Niet iedereen zet vraagtekens bij de uitkomst. Shintaro Orihara, Honda's trackside chief engineer, zei donderdag dat de cijfers van de FIA aansloten bij Honda's eigen verwachtingen. “Vergelijkbaar, dus ik denk dat RBPT geweldig werk heeft geleverd”, zei hij. “Ik heb respect voor wat ze hebben gedaan. Het getal dat we van de FIA hebben gekregen is behoorlijk eerlijk.”

Dat de analyse zich alleen op de ICE richt, is volgens de FIA geen toeval maar een bewuste keuze van de fabrikanten zelf. FIA-directeur single-seaters Nikolas Tombazis zei al in april dat de bond had voorgesteld om extra parameters mee te nemen, zoals turbodruk, turbomaten en plenumtemperatuur. “We boden aan om dat in een iets ingewikkeldere vergelijking op te nemen, en daar stonden ze niet voor open”, zei Tombazis toen. Volgens hem was de gezamenlijke voorkeur om het systeem eenvoudig te houden en vast te houden aan de bestaande vermogensmeting van de verbrandingsmotor.

De huidige controle moet nu vooral bevestigen of de oorspronkelijke conclusie overeind blijft. In Barcelona liet de FIA weten dat het nalopen van alle sensoren en data begin die week was gestart en naar verwachting zeven tot tien dagen zou duren. Verdere ADUO-evaluaties staan later dit seizoen al gepland na de Grands Prix van Hongarije en Mexico, waardoor de uitkomst van deze verificatie niet alleen over Monaco gaat, maar ook over hoe geloofwaardig en bruikbaar het systeem de rest van 2026 blijft.