Valtteri Bottas zegt dat de druk van de Formule 1 hem eerst in een eetstoornis dreef bij Williams en hem later tijdens zijn jaren als steunpilaar van Lewis Hamilton bij Mercedes bijna deed stoppen met racen.
In een open brief voor The Players’ Tribune schrijft de 36-jarige Fin dat zijn problemen in 2014 begonnen, toen Williams verwachtte dat de nieuwe auto te zwaar zou zijn en hij te horen kreeg dat hij in twee maanden vijf kilo moest verliezen. Bottas beschrijft hoe dat doel hem volledig opslokte. “Als je mij zo’n duidelijk doel geeft, ga ik er obsessief mee om”, schreef hij. In plaats van alleen die vijf kilo te willen verliezen, dacht hij al snel: “Vijf? Waarom niet 10? Dan kan de auto nog sneller.”
Volgens Bottas sloeg die drang om gewicht te verliezen om in zelfuithongering. Hij schrijft dat hij hartkloppingen kreeg tijdens het trainen, dat zijn zenuwen “kapot” waren en dat hij mentaal en fysiek opgebrand raakte. Zelf zag hij dat op dat moment niet onder ogen. Hij hield vol dat het goed met hem ging, terwijl alleen zijn coach en zijn arts wisten dat er iets mis was.
Het dieptepunt kwam na de crash van Jules Bianchi tijdens de Grand Prix van Japan op Suzuka in 2014. Bottas noemt die dag “een heel, heel donkere dag” en schrijft dat hij op de terugvlucht besefte hoe ver hij was weggezakt. Met Bianchi in coma dacht hij: “Als het vliegtuig neerstort, wie kan het wat schelen? Dan verdwijn ik en is het voorbij.” Op dat moment, schrijft hij, vond hij nergens meer vreugde in en drong het tot hem door dat hij ziek was.
Bottas zocht daarna hulp bij een psycholoog. Hij zegt dat hij zijn toestand verborgen hield voor zijn team, zijn teamgenoten en zelfs zijn familie, omdat je in de paddock geen zwakte kunt tonen. Die begeleiding zette zijn herstel in gang, maar dat duurde bijna twee jaar. In dezelfde periode kreeg hij ook te horen dat hij buiten racen nauwelijks andere interesses leek te hebben, iets wat volgens Bottas duidelijk maakte hoe volledig zijn identiteit met de sport was samengevallen.
Die obsessieve kant stak later opnieuw de kop op bij Mercedes. Nadat hij in 2017 naast Hamilton was gekomen, noemt Bottas zijn eerste seizoen nog goed, maar 2018 werd volgens hem een breekpunt. Hij begon dat jaar met het gevoel dat hij de beste coureur van de grid was en voor de titel zou vechten, maar eindigde zonder overwinning terwijl hij meerdere keren terrein moest prijsgeven om Hamilton te helpen in diens gevecht met Sebastian Vettel.
Bottas schrijft dat hij nog altijd “gemengde gevoelens” heeft over die teamorders. Hij wilde Hamilton soms niet voorbij laten, maar deed dat toch om een goede teamgenoot te zijn. “Ik was de wingman”, schrijft hij. Juist die rol vrat aan hem. De “oude” Bottas keerde terug, zegt hij: negatief, obsessief en steeds vatbaarder voor de reacties op sociale media. “Ik was absoluut depressief en opgebrand”, schreef hij. “Ik haatte racen.” De hele situatie “liet me bijna weglopen uit de sport”.
Tijdens de winter van 2018 op 2019 nam hij zelfs het besluit om te stoppen. Bottas beschrijft hoe hij daarna alleen drie uur door diepe sneeuw in een bos liep en daar met een volledig andere instelling weer uitkwam. Kort daarna begon hij 2019 met een overwinning van meer dan 20 seconden in Melbourne.
In zijn terugblik koppelt Bottas die ommekeer aan een bredere verandering in zijn manier van leven met de sport. De fixatie op alleen presteren maakte plaats voor meer perspectief, zonder dat zijn ambitie verdween. Nu hij terug is bij Cadillac, vat hij die nieuwe balans zo samen: “Ik ben gelukkiger dan ooit, en ik ben de beste coureur die ik ooit ben geweest.”
© Jonathan Borba