Aston Martin heeft woensdag bevestigd dat bandentechnicus Mick Fern, in de Formule 1-paddock beter bekend als 'Biscuit', is overleden na 35 jaar in de sport.
In een verklaring op sociale media meldde het team dat Fern "vandaag vredig is overleden". Aston Martin voegde daaraan toe: "De gedachten van het hele team en de F1-community zijn bij de familie en vrienden van onze teamgenoot Mick Fern, die voor zovelen van ons liefkozend bekendstond als Biscuit."
Het nieuws komt enkele dagen nadat Aston Martin tijdens de Grand Prix van Hongarije al publiekelijk stilstond bij zijn afwezigheid wegens ziekte. Het team plaatste borden met de tekst "Biscuit. Thinking of you" buiten de garage, voor de auto op de grid voor de race en in de paddock, waar ook mensen van andere teams en uit de bredere Formule 1-wereld samenkwamen voor een steunfoto.
Aston Martin schetste Fern als een vaste waarde in de paddock en binnen het team. Volgens de renstal werkte hij 35 jaar in de Formule 1 en vervulde hij sinds de Jordan- en Force India-jaren verschillende functies bij het team uit Silverstone. In zijn meest recente rol was hij als bandentechnicus verantwoordelijk voor één kant van de garage tijdens raceweekenden.
Het team noemde hem "een echte steunpilaar, die loyaliteit en steun toonde aan iedereen om hem heen". Ook schreef Aston Martin: "Hij verwelkomde iedereen met open armen en liet onze rondreizende wereld meer als thuis voelen." In dezelfde verklaring stelde het team dat Fern door iedereen met wie hij werkte werd gerespecteerd en dat het zijn "warmte en humor enorm zal missen".
De impact van zijn overlijden was direct voelbaar in de paddock. Pedro de la Rosa, teamambassadeur van Aston Martin, schreef: "Biscuit, je zal voor altijd bij ons zijn. Je bent een legende, een held en een voorbeeld voor ons allemaal. Een grote knuffel voor alle vrienden en familie. RIP."
Met Fern verliest Aston Martin niet alleen een medewerker, maar ook een van de bekendste gezichten uit zijn garage, terwijl de brede steunbetuigingen onderstrepen hoe groot zijn aanzien in de Formule 1-community was.
© Jonathan Borba