Sebastian Vettel zegt dat hij de kritiek van coureurs op de Formule 1-regels voor 2026 deelt en waarschuwt dat de sport haar "DNA en hart" niet mag verliezen, terwijl de FIA vanaf de Grand Prix van Miami technische aanpassingen doorvoert.
De viervoudig wereldkampioen sprak daarover bij The Perfect World Foundation. Vettel zei dat hij "de kritiek hoort en deelt", omdat de auto’s volgens hem waarschijnlijk leuk zijn om te besturen, maar minder leuk om mee te racen door de reglementen en de moeilijkheden die daaruit voortkomen. Daarmee schaarde hij zich openlijk achter de bezwaren die al vanuit de huidige grid klinken.
Voor Vettel raakt dat aan de kern van wat Formule 1 moet zijn. Hij zei dat hij met de coureurs meeleeft en dat het volgens hem cruciaal is om het karakter van de sport niet kwijt te raken: de snelste coureur in de snelste machine moet de race winnen. Juist daarom krijgt zijn reactie extra gewicht nu het debat over de nieuwe regels steeds meer draait om de vraag of het racen te kunstmatig wordt.
De directe aanleiding is het pakket wijzigingen dat de FIA eerder deze week bevestigde voor invoering in Miami. De totale energielimiet wordt verlaagd van 8MJ naar 7MJ, terwijl de toegestane super-clipping stijgt van 250 kW naar 350 kW. Het doel daarvan is om de afhankelijkheid van super-clipping en lift-and-coast te verkleinen, zodat coureurs vaker kunnen aanvallen.
Vettel zei dat hij die aanpassingen slechts kort had bekeken, maar hoopt wel dat ze sportief het juiste effect hebben. Volgens hem moeten de wijzigingen de coureurs gelukkiger maken, omdat zij uiteindelijk het gezicht van de sport zijn. Daarmee legde hij de lat niet bij de technische ingreep zelf, maar bij de vraag hoe die op de baan wordt ervaren.
Hij koppelde dat ook direct aan de aantrekkingskracht van de sport voor het publiek. Als coureurs uit de auto stappen vol adrenaline en enthousiasme, zei Vettel, dan voelen kijkers voor het scherm en fans op de tribunes dat ook. Zijn boodschap was daarmee helder: de waarde van de nieuwe regels zal in Miami en daarna niet alleen worden beoordeeld op cijfers en efficiëntie, maar vooral op de vraag of ze het racen natuurlijker maken en de coureurs weer echt laten racen.
© Jonathan Borba