Juan Pablo Montoya heeft zich uitgesproken tegen de groeiende nostalgie rond de V8-jaren in de Formule 1 en noemt die periode juist saai, terwijl hij de omstreden reglementen voor 2026 verdedigt omdat die volgens hem natuurlijkere gevechten opleveren dan DRS ooit deed.
Op de BBC Chequered Flag-podcast, na het weekend van de Grand Prix van Miami, zei Montoya dat de roep om zijn tijdperk te verheerlijken niet strookt met wat er toen daadwerkelijk op de baan gebeurde. “Mensen zeggen: ‘Oh, jouw tijd was zo goed’. Dan zeg ik: ‘Kijk een race, het is zo saai’.” Hij ging nog verder door te stellen dat het zelfs voor de coureurs zelf niet altijd boeiend was. “Zelfs voor ons. Soms was het als een korte testsessie.”
Daarmee keert Montoya zich op een opvallend moment tegen de V8-romantiek, want FIA-president Mohammed Ben Sulayem heeft volgens de berichtgeving al duidelijk gemaakt dat V8-motoren zullen terugkeren, mogelijk al in 2030 en uiterlijk in 2031. Juist nu de FIA en Formula One Management werken aan aanpassingen voor 2026 en verdere wijzigingen voor 2027 om veiligheid en spektakel te verbeteren, zet Montoya vraagtekens bij het idee dat teruggrijpen op het verleden automatisch beter racen betekent.
Zijn verweer van 2026 draait vooral om de manier waarop coureurs straks met energiegebruik kunnen reageren tijdens een aanval of verdediging. Montoya zei in dezelfde podcast dat hij die dynamiek juist waardeert. Als een rijder ziet dat iemand eraan komt, kan hij eerder in een recharge-modus gaan en zo extra energie meenemen naar de volgende rechte lijn om terug te vechten. In zijn ogen levert dat een eerlijker duel op dan het systeem dat de sport tot en met 2025 gebruikte.
Over DRS was hij veel harder. “Voor mij was DRS zulke onzin,” zei Montoya. Hij vond dat een coureur die binnen een seconde zat te vaak vanzelf langszij kwam, zonder dat daar een echt gevecht aan voorafging. “Met DRS had ik altijd het gevoel dat je een sitting duck was,” zei hij. Volgens Montoya was een achterstand van een seconde, of zelfs negen tienden, al genoeg om aan het einde van het rechte stuk kansloos te zijn. Dat mensen zo’n actie vervolgens een groot inhaalmanoeuvre noemden, begreep hij niet. “Wat bedoel je met wat een inhaalactie? Hij deed niets. Hij zat er gewoon achter.”
Die kritiek past in een bredere afwijzing van het idee dat de oude generatie F1-auto’s per definitie beter racen opleverde. In gesprek met RacingNews365 zei Montoya dat fans zijn tijdperk vaak mooier herinneren dan het was. “Iedereen zegt dat dat de beste raceauto’s waren die er bestonden, maar de races waren verschrikkelijk.” Hij wees er ook op dat er in die jaren al volop werd geklaagd, ondanks auto’s met 950 pk, 600 kilo gewicht en gripbanden.
Montoya ziet in de huidige Formule 1 juist een sterkere competitieve basis. Tegen RacingNews365 noemde hij het moderne racen onderhoudend en wees hij erop dat de sport zich volgens hem in een bijzondere fase bevindt, omdat er vier teams zijn die races kunnen winnen. Dat maakt zijn steun voor 2026 des te opvallender, want de nieuwe richting kreeg de afgelopen maanden veel kritiek door de 50-50-verdeling tussen verbrandingskracht en elektrische energie en door zorgen over zogeheten yo-yo racing, waarbij batterijgebruik een grote rol speelt bij inhaalacties.
Toch kiest Montoya in dat debat duidelijk positie. Waar de FIA sleutelt aan de 2026-regels en al grotere wijzigingen voor 2027 heeft aangekondigd, ziet hij geen reden om de V8-periode als blauwdruk te behandelen. Zijn punt is juist het tegenovergestelde: de races van toen waren volgens hem vaak “terrible”, terwijl de huidige en komende generatie auto’s meer ruimte biedt voor echte gevechten op de baan.
© Eterna