Jean Todt heeft onthuld dat Red Bull-oprichter Dietrich Mateschitz hem na zijn vertrek bij Ferrari in 2008 twee keer thuis in Parijs probeerde te overtuigen om de leiding over het team en Red Bulls bredere motorsportactiviteiten op zich te nemen, maar dat Todt het aanbod afwees omdat zijn tijd in een operationele topfunctie voor hem voorbij was.
In de High Performance-podcast zei de voormalige Ferrari-baas dat Mateschitz “twee keer bij mij thuis in Parijs kwam lunchen” met een duidelijk doel: “Om het team te leiden en de motorsportactiviteiten van Red Bull te leiden.” Todt sloeg dat voorstel af. “Ik zei nee, want voor mij was dit hoofdstuk afgesloten.”
Die keuze was volgens Todt geen afwijzing van Red Bull zelf, maar het gevolg van een bredere ommezwaai in zijn carrière. Hij zei dat hij in 2008 had besloten dat het tijd was “om iets terug te geven”. Na zijn jaren bij Ferrari wilde hij niet opnieuw een vergelijkbare managementrol in de Formule 1 aannemen. “Ik leidde met succes een iconisch merk,” zei hij. “Dus in zekere zin kon ik het niet beter doen, en ik wilde andere dingen doen.”
Todt koppelde dat besluit aan werk buiten de directe racerij. Hij zei dat hij zich wilde richten op zaken die volgens hem in een competitieve en door geld gedreven wereld te vaak worden vergeten. Hij sprak over het belang van reizen, armoede zien en mensen ontmoeten die geen toegang hebben tot medische zorg of openbaar vervoer, om “een beetje te helpen”.
In plaats van naar Red Bull te gaan, stapte Todt naar de bestuurlijke kant van de sport. Hij werd in 2009 verkozen tot FIA-president en bleef dat tot 2021, over drie termijnen. Daarna werd hij ook actief als speciaal gezant van de Verenigde Naties voor verkeersveiligheid en bleef hij betrokken bij liefdadigheidswerk.
Zijn relaas geeft daarmee een zeldzaam inkijkje in een belangrijk gemist kruispunt in de recente F1-geschiedenis. De benadering van Red Bull kwam op een moment dat Christian Horner al teambaas was en Helmut Marko adviseur, wat betekent dat Mateschitz nog altijd ruimte zag voor Todt aan de top van het project. Red Bull zou uiteindelijk zonder hem alsnog uitgroeien tot een dominante kracht, met vier opeenvolgende coureurs- en constructeurstitels tussen 2010 en 2013.
Juist daarom weegt Todts weigering zo zwaar. Hij kwam niet als willekeurige kandidaat op Red Bulls radar, maar als de architect van Ferrari’s succesvolste moderne periode. De samenvattingen rond zijn carrière beschrijven hoe hij in de jaren negentig naar Ferrari werd gehaald, Michael Schumacher wist binnen te halen en met Ross Brawn en Rory Byrne de basis legde voor een tijdperk van vijf opeenvolgende wereldtitels bij de coureurs van 2000 tot 2004 en zes constructeurstitels in die periode.
Dat Todt na zo’n loopbaan niet koos voor een nieuw superteam, maar bewust uit de frontlinie stapte, maakt zijn verhaal minder een nostalgische anekdote dan een verklaring voor een bepalend carrièrebesluit. Waar Red Bull hem een nieuwe machtspositie in de Formule 1 bood, koos Todt voor de FIA en later voor werk buiten de pitmuur, een keuze die ook de machtsverhoudingen aan de top van de sport anders liet uitpakken.
© Spencer