Honda zou zo ver achterliggen met zijn 2026-power unit voor Aston Martin dat de Formule 1 een uitzonderlijk ADUO-steunpakket overweegt ter waarde van maximaal 19 miljoen dollar, plus extra testbanktijd, uit vrees dat een vertrek van de fabrikant de hele nieuwe reglementencyclus zou schaden.
Volgens meerdere berichten kampt Honda’s 2026-motor niet alleen met een tekort aan vermogen, maar ook met betrouwbaarheidsproblemen. Daardoor vechten Fernando Alonso en Lance Stroll in de achterhoede, terwijl de AMR26 ook met ernstige trillingsproblemen zou kampen die vragen hebben opgeroepen over de gezondheid van de coureurs. In de paddock wordt Honda onder het ADUO-systeem op ongeveer 10 procent achterstand ten opzichte van de benchmark geschat, ruim voorbij de drempels waarvoor extra ontwikkelingssteun geldt.
Juist dat maakt de discussie politiek belangrijker dan een gewone inhaalslag. De gedachte in de paddock is volgens The Race steeds meer dat Honda’s situatie niet simpelweg aan zichzelf kan worden overgelaten, omdat de schade verder zou reiken dan alleen de prestaties van Aston Martin.
John Noble zei daarover op het YouTube-kanaal van The Race: “Honda liep het risico het probleem niet te kunnen oplossen en zich van de Formule 1 af te wenden, en elk team en elke fabrikant maakte zich daar zorgen over. Een grote autofabrikant als Honda verliezen zou niet in het belang zijn van de hele Formule 1.”
Binnen de 2026-regels bestaat al een ADUO-mechanisme voor fabrikanten die duidelijk achterlopen. Een motorleverancier die 2 procent achterstaat, krijgt één extra jaarlijkse upgradekans. Bij 4 procent achterstand worden dat er twee. Voor een fabrikant die meer dan 10 procent achterligt, zouden de nieuwste gemelde bepalingen uitkomen op 11 miljoen dollar extra binnen het budgetplafond, tot 8 miljoen dollar extra in een leningachtig steunmechanisme en 230 uur gebruik van de PU-testbank, waar eerder een limiet van 190 uur gold.
Dat betekent niet dat Honda zomaar een gratis concurrentievoordeel krijgt. Juist het extra steunbedrag van maximaal 8 miljoen dollar geldt op papier als verlichting die later moet worden terugbetaald via lagere gedeclareerde uitgaven onder het cost cap. Die terugbetaling wordt uitgesmeerd over de drie seizoenen daarna, waarbij elk jaar tussen 20 en 50 procent van het opgenomen bedrag moet worden gecompenseerd. Een snelle reddingsoperatie in 2026 en 2027 zou dus een duidelijke rem zetten op de ontwikkeling in de jaren erna.
De mogelijke steun is daarmee evenzeer bedoeld om Honda in het kampioenschap te houden als om de prestaties op te krikken. In de paddock leeft het beeld dat de Formule 1 zich in het eerste jaar van de nieuwe motorformule geen afhaker onder de fabrikanten kan veroorloven, zeker nu de technische complexiteit en kosten voor iedereen hoog zijn.
Voor Aston Martin maakt dat de situatie extra gevoelig. Er is melding gemaakt van teleurstelling binnen het team en van harde kritiek van Adrian Newey op het prestatieniveau, wat de indruk van interne spanning heeft versterkt. Honda heeft berichten over een verslechterde relatie tegengesproken, terwijl er volgens de berichten met HRC als kern hard wordt gewerkt aan oplossingen voor de trillingen en de betrouwbaarheid.
Dat deze gesprekken überhaupt plaatsvinden, laat tegelijk zien hoe snel de onrust rond de 2026-motorregels is gegroeid. De FIA heeft de limieten voor energieterugwinning al versoepeld vanaf de Grand Prix van Miami, terwijl er ook wordt gesproken over een groter aandeel voor de verbrandingsmotor vanaf 2027. Voor Honda en Aston Martin draait het intussen eerst om iets directers: of extra ruimte nu genoeg is om een crisis te stoppen die anders gevolgen kan hebben voor de richting van het hele kampioenschap.
© Liauzh