© Spencer

FIA’s ADUO-regel zet F1-motororde onder druk

De FIA wil met ADUO vanaf 2026 achterblijvende motorfabrikanten extra ontwikkelkansen geven, maar nog voor de eerste beoordeling is duidelijk dat de nieuwe regel de machtsverhoudingen juist op scherp kan zetten door alleen de verbrandingsmotor als maatstaf te nemen.

ADUO, voluit Additional Development and Upgrade Opportunities, is opgezet als vangnet om een herhaling van 2014 te voorkomen, toen Mercedes met een duidelijke voorsprong aan een nieuw motorreglement begon. De FIA wil daarom na races 6, 12 en 18 de pure output van de internal combustion engine meten. Fabrikanten die 2 tot 4 procent achter de beste ICE zitten, krijgen één extra upgradekans. Wie meer dan 4 procent tekortkomt, krijgt er twee, naast extra mogelijkheden op de testbank en meer speelruimte binnen de ontwikkelbeperkingen.

Daarmee wil de FIA achterblijvers laten inlopen zonder de koploper af te remmen, anders dan bij balance of performance-systemen in andere klassen. Juist die opzet maakt de uitvoering gevoelig, omdat niet de volledige power unit wordt beoordeeld. Batterijprestaties, energiemanagement, deployment en andere hybride-elementen tellen niet mee. Daardoor kan de technische benchmark afwijken van de pikorde op de baan.

Dat is precies waar de discussie nu om draait. In de paddock groeit de speculatie dat de Red Bull-krachtbron op puur ICE-niveau zelfs de referentie kan zijn, ondanks dat het totaalbeeld op het circuit door meer factoren wordt bepaald. Daardoor is het niet uitgesloten dat een fabrikant die in de algemene perceptie tot de top behoort, toch in aanmerking komt voor steun als de FIA tot een andere benchmark komt dan de zichtbare competitieve rangorde suggereert.

Mercedes-teambaas Toto Wolff zei in de aprilpauze, in opmerkingen aan media waaronder Motorsport.com, dat de FIA daarbij absolute nauwkeurigheid moet betrachten. “The principle of the ADUO was to allow teams that were on the back foot, in terms of the power unit, to catch up, but not to leapfrog,” zei Wolff. Hij waarschuwde ook dat “Any decision may have a big impact on the championship” en voegde daaraan toe: “It needs to be clear that gamesmanship hasn't got any place here.”

Wolff maakte tegelijk duidelijk dat Mercedes ADUO vooral ziet als hulpmiddel voor één fabrikant. Volgens hem is er “one engine manufacturer that has a problem and we need to help”, terwijl de rest “pretty much in the same ballpark” zit. In de berichtgeving wordt Honda daarbij als de meest waarschijnlijke kandidaat genoemd.

Ferrari ziet de regeling intussen ook als een kans. Ferrari-teambaas Frédéric Vasseur zei in Shanghai: “The addition of the ADUO will be an opportunity for us to close the gap.” Dat standpunt is omstreden, omdat rivalen aanvoeren dat een deel van Ferrari’s vermogensachterstand samenhangt met eigen ontwerpkeuzes, waaronder het gebruik van een kleinere turbo. Daarmee is de kernvraag niet alleen hoeveel een fabrikant tekortkomt, maar ook of dat tekort voortkomt uit fundamentele motorprestatie of uit een gekozen technische richting.

De timing van de eerste beoordeling maakt het debat nog gevoeliger. Die evaluatie was oorspronkelijk voorzien na de zesde race, in eerste instantie rond Miami, maar door het wegvallen van de Grands Prix van Bahrein en Saudi-Arabië is Miami de vierde ronde geworden. Daardoor schuift de eerste ADUO-analyse waarschijnlijk door naar Monaco of begin juni. Volgens de berichtgeving staat de FIA open voor een eerdere beoordeling, terwijl Mercedes daar begrijpelijkerwijs niet voor zou zijn.

Voor fabrikanten die nog achterstand voelen, is die beslissing belangrijk omdat motorontwikkeling traag verloopt. Mattia Binotto, Audi-teamchef, zei in de aanloop naar het weekend in Japan: “Temos um plano para recuperar. Mas o desenvolvimento do motor, especialmente com certos conceitos, pode levar mais tempo. Não é por acaso que definimos 2030 como nosso objetivo. Milagres não são possíveis.” Ook bij Honda klinkt dat lange termijn-perspectief door. Shintaro Orihara, chief track engineer van het merk, zei dat Honda werkt aan “a confiabilidade da bateria e o desempenho do motor” en dat de data uit Suzuka helpen bij “a dirigibilidade e a gestão de energia para as próximas semanas.”

Precies daardoor wordt de eerste ADUO-beslissing meer dan een technische formaliteit. De FIA bepaalt niet alleen wie extra ontwikkelruimte krijgt, maar ook welke motor als referentie geldt en of een inhaalsysteem daadwerkelijk achterblijvers helpt zonder de competitieve orde van 2026 te herschikken.