© Jonathan Borba

F1 vecht voor terugkeer Bahrain of Jeddah in 2026

Formule 1 werkt intensief aan een plan om later in 2026 alsnog minstens één van de geschrapte races in Bahrein of Saudi-Arabië te laten doorgaan, maar elke realistische oplossing botst op dezelfde problemen: oorlogsonzekerheid, een overvolle kalender, contractuele beperkingen en zware logistieke druk op de teams.

Liberty Media-CEO Derek Chang bevestigde bij de presentatie van de kwartaalcijfers dat de sport probeert een race terug op de kalender te krijgen. “We zullen met voorzichtigheid handelen. Het zou mogelijk kunnen zijn om een race tegen het einde van het seizoen opnieuw in te plannen”, zei Chang. Hij voegde eraan toe dat de F1-leiding “dag en nacht” werkt om minstens één van de twee evenementen te redden.

De duidelijkste optie is op dit moment het open weekend tussen de grands prix van Azerbeidzjan en Singapore. Dat geldt als de minst ontwrichtende oplossing, omdat er geen grote herschikking van de kalender voor nodig is. Zelfs dan zou F1 wel een extra triple-header in de slotfase van het seizoen creëren, met alle extra belasting voor personeel en logistiek van dien.

Een tweede route ligt aan het einde van het jaar, maar die is veel ingewikkelder. Abu Dhabi heeft contractueel vastliggen dat het de seizoensfinale is, waardoor die race een week naar achteren zou moeten schuiven om plaats te maken voor een extra weekend op 6 december. Dat zou het seizoen verder richting Kerstmis duwen en samen met Las Vegas, Qatar en de ingeplande inhaalrace zelfs kunnen uitmonden in een reeks van vier opeenvolgende raceweekends.

Daarmee is de discussie al lang niet meer alleen sportief. De logistieke gevolgen zijn mogelijk nog zwaarder. Volgens de berichtgeving staat materiaal van teams en van Pirelli nog altijd in Bahrein, terwijl het Midden-Oosten via hubs als Dubai en Doha normaal een centrale rol speelt in het vrachtverkeer naar Aziatische races. Voor Japan waren al alternatieve routes nodig, en vooral voor Singapore geldt de tweede seizoenshelft als bijzonder lastig voor zowel materieel als personeel.

Die verstoring raakt teams ook financieel. Reis- en verblijfskosten van personeel vallen niet onder het budgetplafond, maar transport van materiaal wel. Hogere vrachtkosten en alternatieve overslagpunten drukken daardoor direct op de cap, en dat treft kleinere teams relatief harder. Haas-cheftechnicus Hoady Nidd zei: “Voor kleinere teams hebben de gestegen transportkosten meer impact, niet per se omdat onze uitgaven hoger zijn dan die van grote teams, maar omdat ze een groter deel van ons budget uitmaken. Ons logistieke team werkt intensief aan oplossingen.”

Ook op operationeel vlak is de rek beperkt. Grote teams kunnen vaker rouleren, maar voor kleinere organisaties is dat lastiger, terwijl juist sleutelrollen aan het circuit niet zomaar te vervangen zijn. Een extra race in de tweede seizoenshelft zou daarom niet alleen meer werk betekenen, maar ook een langere aaneengesloten belasting voor de mensen die de kampioenschapsstrijd week na week draaiende houden.

Daar komt bij dat F1 haar scenario’s niet alleen opstelt om april te repareren. Stefano Domenicali, CEO van Formula 1, maakte duidelijk dat de noodplannen ook rekening houden met de mogelijkheid dat Qatar en Abu Dhabi later in het jaar zelf onder druk komen te staan als het conflict niet snel afneemt. “De termijnen of tijdvensters veranderen afhankelijk van of we moeten inhalen wat in april niet is verreden, of reageren op wat eind november of begin december zou kunnen gebeuren,” zei Domenicali. Hij benadrukte dat de sport met teams en organisatoren moet afstemmen, omdat elke beslissing een domino-effect heeft.

Dat maakt de kern van het probleem helder: zelfs als F1 één van de verloren races kan terughalen, blijft de vorm van de kalender voor 2026 afhankelijk van een bredere regionale situatie die ook de laatste wedstrijden van het seizoen nog kan raken.