David Coulthard vindt dat de gridstraffen in de Formule 1 voor extra power-unitcomponenten moeten worden herzien of geschrapt, omdat de regel volgens hem verouderd is en niet meer past bij het huidige tijdperk van de sport.
In de Up To Speed-podcast zei de oud-coureur dat de sancties stammen uit een tijd waarin de Formule 1 teams tot meer betrouwbaarheid wilde dwingen. “Ik denk nog steeds dat we al die straffen eens goed moeten herzien”, zei Coulthard. Volgens hem gaat het om “een tijdperk uit het verleden”, omdat het inmiddels “in ieders belang” is om betrouwbaar te zijn.
Onder de huidige regels mogen coureurs per seizoen maar een beperkt aantal onderdelen van hun power unit gebruiken. Wie daar overheen gaat, krijgt automatisch een gridstraf. Coulthard stelde dat teams die sancties tegenwoordig vaak juist inplannen op circuits met lange rechte stukken en veel inhaalmogelijkheden, waar de schade van een terugzetting kleiner is.
Hij wees op de Grand Prix van België als recent bewijs dat het systeem zijn afschrikwekkende werking heeft verloren. Lando Norris kreeg daar een gridstraf van tien plaatsen vanwege een motorwissel en startte als dertiende. Isack Hadjar incasseerde een straf van dertig plaatsen en begon de race als 21e. Toch reden allebei nog de punten in.
Vooral Hadjars inhaalrace onderstreepte Coulthards punt. De Fransman maakte vroeg de overstap naar de harde band en kwam als zesde over de streep. Coulthard noemde dat “een bewonderenswaardige race” en zei dat Hadjar “vroeg naar de harde band ging en daarna briljant reed”. Norris had volgens hem “mogelijk onder de virtual safety car kunnen stoppen”, maar klom desondanks nog op naar de zevende plaats. “Dus twee sterke races van die jongens”, zei Coulthard.
Juist dat soort herstelraces maakt volgens Coulthard duidelijk dat de regel zijn oorspronkelijke doel niet meer dient. Als teams extra componenten strategisch kunnen inzetten op weekends waar inhalen goed mogelijk is en daarna alsnog zwaar kunnen scoren, dan vraagt het systeem volgens hem om modernisering.
© Jonathan Borba