© Eterna

Briatore valt prijs Alpine-aandelen hard aan

Flavio Briatore heeft de vraagprijs voor het minderheidsbelang in Alpine openlijk aangevallen: de executive advisor van het team noemde de naar verluidt gevraagde 700 miljoen euro voor 24 procent van de renstal “te hoog” en “compleet krankzinnig”, terwijl hij tegelijk benadrukte dat een eventuele verkoop volledig bij Renault ligt en niet bij het Formule 1-team zelf.

Briatore reageerde bij Sky Sports F1 op de aanhoudende speculatie rond het belang van Otro Capital, de Amerikaanse investeringsmaatschappij die in 2023 24 procent van Alpine kocht voor 200 miljoen euro. Volgens de berichten wil Otro dat belang nu van de hand doen voor ongeveer 700 miljoen euro, een waardering die volgens diezelfde berichtgeving Mercedes al heeft doen afhaken.

Voor Briatore is precies dat bedrag het probleem. “De prijs is voor mij compleet krankzinnig, de prijs is compleet crazy”, zei Flavio Briatore, executive advisor van Alpine, tegen Sky Sports F1. Toen hem vervolgens werd gevraagd of hij daarmee simpelweg bedoelde dat de prijs te hoog ligt, was hij nog directer: “Precies, precies. Te hoog.”

Zijn kritiek was opvallend fel, maar Briatore probeerde tegelijk een duidelijke scheidslijn te trekken tussen de financiële discussie en de sportieve operatie van Alpine. Volgens hem heeft de kwestie “niets met het team te maken” en ligt de controle nog altijd stevig bij Renault, dat een grote meerderheid in handen heeft. “Renault heeft nog steeds 75 procent van het team, een zeer grote meerderheid, en dit is echt de beslissing van Renault”, zei hij.

Daarmee maakte Briatore ook duidelijk dat Alpine zelf geen partij is in de gesprekken over een mogelijke verkoop. “Maar echt, wij zijn bij geen enkele onderhandeling met Otro betrokken. Dit is meer Renault en niet wij”, zei hij. Die formulering onderstreept dat hij de onrust rond de aandelenkwestie buiten de dagelijkse leiding van het raceteam probeert te houden.

Dat neemt niet weg dat zijn opmerkingen iets zeggen over de huidige staat van de Formule 1-markt. Een sprong van 200 miljoen euro in 2023 naar een vraagprijs van circa 700 miljoen euro voor hetzelfde belang laat zien hoe sterk de waarderingen van teams zijn opgelopen. Briatore noemde die specifieke prijs weliswaar buitensporig, maar erkende ook dat de markt inmiddels in die richting beweegt.

“Maar goed, dit is de markt”, zei Briatore. Volgens hem zijn Formule 1-teams tegenwoordig simpelweg dit soort bedragen waard. In die zin ziet hij de opgeblazen waardering niet alleen als een obstakel voor een deal rond Alpine, maar ook als een teken van de financiële kracht van de sport. “Het is fantastisch voor de Formule 1.”