© Jonathan Borba

BAR Honda kreeg schorsing na verborgen brandstofzaak

BAR Honda kreeg op 12 mei 2005 een opmerkelijke schorsing van twee races nadat de FIA in Imola ongeveer 15 liter brandstof in een verborgen compartiment had gevonden en de auto van Jenson Button zonder die brandstof slechts 594,6 kilogram woog, 5,4 kilogram onder de minimumgrens van 600 kilogram.

De zaak ontstond na de Grand Prix van San Marino, waar Button als derde finishte en Takuma Sato vijfde werd. Bij de technische controle na afloop stelde de FIA vast dat er nog brandstof in een afgeschermd deel van de tank zat, terwijl BAR had aangegeven dat het systeem volledig was leeggepompt.

Voor de FIA was dat het kernpunt van de zaak. FIA-president Max Mosley zei: "Ze hadden 15 liter in de tank gelaten en vertelden ons dat hij leeg was." Daarmee maakte hij duidelijk dat de bond het niet zag als een detail in de interpretatie van het reglement, maar als een serieus probleem rond naleving en openheid.

BAR bestreed de aantijging. Teambaas Nick Fry hield vol dat de auto tijdens de race in Imola nooit onder het minimumgewicht had gereden. Tijdens de hoorzitting in Parijs op 4 mei 2005 voerde BAR aan dat het tweede deel van het brandstofsysteem slechts een opvangtank was. Het International Court of Appeal ging daar niet in mee en oordeelde een dag later dat opzettelijke fraude niet bewezen was, maar dat het team zich wel schuldig had gemaakt aan "zeer betreurenswaardige nalatigheid en gebrek aan transparantie".

De straf was direct zwaar. Button verloor zijn zes punten uit Imola, Sato raakte er vier kwijt en BAR werd uitgesloten van de Grands Prix van Spanje en Monaco.

Dat was sportief een forse klap in een vroege fase van het Europese seizoen, juist op het moment dat BAR zich competitief probeerde te vestigen. Bij de terugkeer op de Nürburgring, voor de Grand Prix van Europa in Duitsland, vielen beide coureurs uit, waardoor de schade voor het team verder opliep.