© Jonathan Borba

Audi verzet zich tegen FIA-plan voor F1-V8

Mohammed Ben Sulayem heeft een plan neergelegd voor een nieuwe Formule 1-motorformule vanaf 2030 of 2031, maar nog voordat het voorstel vorm krijgt botst de FIA-president al op weerstand van fabrikanten die turbo-efficiëntie niet willen opgeven.

Volgens details die door de Britse pers zijn gemeld op basis van Motorsport Italia wil Ben Sulayem vanaf 2031, mogelijk al in 2030, overstappen naar een 2,6-liter atmosferische V8 met een gemeenschappelijke KERS en duurzame brandstof. Die KERS zou 122 tot 136 extra pk leveren. Het doel is een krachtbron die meer geluid produceert, duurzaam blijft en waarvan de totale kosten onder de 500.000 euro blijven.

Daarmee draait de discussie niet alleen om het terugbrengen van V8-geluid, maar vooral om de vraag wat Formule 1 eigenlijk van zijn volgende motor wil maken. Audi en Mercedes verzetten zich volgens de berichten tegen een atmosferische configuratie, omdat zij vinden dat efficiëntie een kernonderdeel van de formule moet blijven.

Mattia Binotto, Audi's Formule 1-chef, zei in een exclusief interview met Motorsport.com: “Audi heeft altijd het belang van efficiëntie gesteund.” Hij legde uit dat het bij efficiëntie gaat om brandstofverbruik, uitstoot en technologieoverdracht tussen autosport en productieauto’s. Volgens Binotto ligt “de echte uitdaging” in het bouwen van een F1-motor die “zeer efficiënt” blijft en tegelijk “minder complex, lichter en betaalbaar” is.

Ben Sulayem heeft naast de V8-richting ook het idee geopperd van een white-label of Cosworth-achtige externe krachtbron, zodat onafhankelijke teams niet verplicht blijven motoren af te nemen van directe rivalen op de grid. Juist daar ligt een tweede breuklijn in het debat. Een opiniebijdrage over dat plan noemt zo'n goedkope onafhankelijke motor een grote koerswijziging ten opzichte van de huidige fabrikantgedreven powerunit-formule en waarschuwt dat die het kampioenschap “meteen” zou opdelen in teams die wel en niet toegang hebben tot de beste hardware.

Dat maakt de inzet voor de FIA breder dan alleen de technische keuze tussen turbo en atmosferisch. Een externe leveranciersoptie kan teams meer onafhankelijkheid geven, maar roept ook de vraag op of de sport daarmee juist een nieuwe ongelijkheid inbouwt.

Binotto maakte duidelijk dat Audi vooral een uitkomst wil die meer is dan een middenweg. “Ik denk dat de FIA, als regelgevende instantie, terecht wordt opgeroepen om deze discussie te leiden”, zei hij. Daarbij wees hij erop dat Formule 1 de fabrikanten nodig heeft, net zoals de fabrikanten Formule 1 nodig hebben.

Precies daar zit het politieke risico voor de FIA. De bond kan vanaf 2031 in theorie een nieuwe formule opleggen, maar zonder breed draagvlak zou dat de autofabrikanten kunnen vervreemden die de sport de afgelopen jaren juist heeft willen aantrekken. De strijd om de volgende motorregels gaat daardoor niet alleen over geluid en kosten, maar over de vraag of F1 een fabrikantensport blijft met technische relevantie of kiest voor een goedkopere, lossere structuur met een Cosworth-achtig vangnet.