Mercedes-teambaas Toto Wolff steunt een mogelijke terugkeer van V8-motoren in de Formule 1 vanaf 2030 of 2031, maar alleen als die gepaard gaat met een stevige elektrische component zodat de sport technisch relevant blijft. Juist dat standpunt valt op, omdat Mercedes volgens de beschikbare samenvattingen de grote winnaar is van de nieuwe 2026-motorregels en toch openlijk ruimte laat voor een nieuwe koerswijziging.
Wolff reageerde daarmee op uitspraken van FIA-president Mohammed Ben Sulayem, die heeft gezegd dat V8-motoren in 2030 of uiterlijk 2031 terugkeren. In gesprek met Reuters zei de Mercedes-teambaas dat zijn team “openstaat voor nieuwe motorregels” en dat het “van V8-motoren blijft houden”. Tegen The Race werkte hij dat verder uit: voor Mercedes roept de V8 “alleen maar goede herinneringen” op en is het een pure Mercedes-motor met hoge toerentallen.
Zijn steun is wel nadrukkelijk voorwaardelijk. Wolff zei dat een V8 op zichzelf niet genoeg is als de Formule 1 daarmee “de connectie met de echte wereld” verliest. Volgens hem draait de vraag om hoeveel energie via de batterij aan zo’n motor kan worden toegevoegd. “Als we voor 100% verbranding kiezen, kunnen we er in 2030 of 2031 misschien een beetje belachelijk uitzien”, waarschuwde hij.
In plaats van een volledige stap terug pleit Wolff voor een eenvoudiger, maar tegelijk krachtiger hybrideconcept. Hij sprak over een “megamotor” waarin “misschien 800 pk” uit de verbrandingsmotor komt, met daarbovenop nog “400 pk, of meer” uit elektrische energie. Dat zou volgens hem alleen werken als de gesprekken gestructureerd verlopen en alle betrokken partijen daarin worden meegenomen.
Die discussie speelt pas kort nadat de Formule 1 in 2026 nieuwe krachtbronnen invoerde met een 50/50-verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische energie. Volgens de samenvattingen hebben juist die motoren het debat aangejaagd, door hoge kosten voor fabrikanten, zware batterijen en kritiek op de mate van energiemanagement. In de berichtgeving wordt ook gewezen op zorgen dat die karakteristieken kunnen leiden tot kunstmatig aanvoelende inhaalacties en grote snelheidsverschillen.
Wolff koppelde zijn openheid voor verandering daarom ook aan de financiële realiteit bij de autofabrikanten. Hij zei dat Mercedes begrijpt dat de huidige situatie “niet makkelijk” is voor constructeurs en dat een nieuw concept alleen kans van slagen heeft als het goed wordt gepland en uitgevoerd. In dat geval, zei hij, is Mercedes bereid om terug te keren met “een echte racemotor”.
Mercedes staat niet alleen in die houding. Laurent Mekies, teambaas van Red Bull, zei namens Red Bull-Ford Powertrains dat het project daar rustig onder blijft en zelfs uitkijkt naar “een nieuwe uitdaging”, ondanks de zware investering die al in de huidige motorformule is gedaan. Bij Ferrari legde teambaas Frédéric Vasseur het accent op geld: voor hem is het verlagen van “het absurde motorbudget” de belangrijkste reden om een wijziging te steunen.
Dat maakt van het V8-plan meer dan nostalgie. Nu ook Mercedes, Red Bull en Ferrari ruimte laten voor eenvoudiger, lichtere en goedkopere motoren met behoud van elektrificatie, verschuift het debat van een idee van de FIA naar een serieuze richting voor de volgende motorcyclus van de Formule 1.
© Jonathan Borba