Nu de Formule 1 terugkeert naar het Circuit Gilles-Villeneuve, wordt opnieuw duidelijk hoe Gilles en Jacques Villeneuve ieder op een totaal eigen manier een blijvende stempel op de sport hebben gedrukt, niet alleen met resultaten maar ook met hun uitstraling en houding.
Gilles werd een Ferrari-legende nadat Enzo Ferrari hem in 1977 had opgemerkt. Hij won zes grands prix en eindigde als tweede in het wereldkampioenschap, maar zijn status werd net zo goed gevoed door de manier waarop hij zich presenteerde. Buiten de baan was hij allesbehalve opzichtig: jeans, open kraag, een losse jas. Onderweg verbleef hij met zijn vrouw Joann en hun kinderen Melanie en Jacques vaak in een motorhome in plaats van in hotels.
Juist dat contrast maakte hem zo herkenbaar. In de cockpit verscheen Gilles in een volumineus vijflaags Nomex-pak, met brede schouders, een hoge kraag, gebreide manchetten, Ferrari-rood en een zichtbare witte col. Daarboven zat zijn onmiskenbare helm in fel oranje en bijna zwart, met een gestileerd V-motief dat hij samen met Joann ontwikkelde. In Formula Helmet beschrijft Jacques hoe hij zijn vader in de motorhome zag zitten met een prototypehelm op zijn knieën en Crayola-potloden in de hand.
Jacques zette die familielijn voort, maar op een manier die volledig van hemzelf was. Na jaren in de skisport in Zwitserland keerde hij terug naar de racerij, won in 1995 zowel de CART-titel als de Indy 500 en arriveerde een jaar later in de Formule 1 bij Williams met een eigen visuele handtekening. Zijn helm was een felle botsing van roze, geel, groen en blauw, gescheiden door dikke zwarte lijnen. In hetzelfde boek zei Jacques over het ontstaan van dat ontwerp: “At that time, my mother took fashion lessons, and I just randomly used her pencils to make my design... The subconscious may have played a part.”
Waar Gilles een icoon van soberheid was, werd Jacques in de jaren 90 het gezicht van non-conformisme. In een paddock die steeds meer corporate oogde, koos hij voor oversized racepakken die breed op de schouders vielen en zich rond de enkels ophoopten. Buiten de auto droeg hij losse jeans, wijde open shirts en kleine ovale brillen met een metalen montuur. Hij zag er bewust anders uit dan tijdgenoten met strakke pakken en keurig gepositioneerde sponsorlogo's.
Dat werd in 1997 nog duidelijker. Tussen de Grands Prix van Canada en Frankrijk keek Jacques Trainspotting en besloot ter plekke zijn haar peroxideblond te verven, zonder zijn management, team of sponsors in te lichten. Bij een vooraf geplande fotoshoot op Magny-Cours genoot hij zichtbaar van de schrikreacties. Jacques Villeneuve zei daar later over in de officiële F1-podcast Beyond The Grid: “When the media wrote about me losing my marbles because I did my hair, that made me laugh.”
Vier maanden later was hij wereldkampioen en stond Williams op het podium met gele pruiken. Daarmee werd dat peroxideblonde haar meer dan een provocatie of een stijlkeuze: het werd een symbool van zijn seizoen. In die zin kwamen vader en zoon toch weer samen in hetzelfde verhaal. Gilles werd een icoon door ruwe eenvoud en pure bravoure, Jacques door kleur, tegendraadsheid en de weigering om zich in een voorgeschreven rol te laten duwen. Dat is de erfenis die blijft hangen telkens als de Formule 1 terugkeert naar het circuit dat de naam Villeneuve draagt.
© Jonathan Borba