Jenson Button zegt dat de komst van Ross Brawn eind 2007 de sfeer bij Honda meteen veranderde, nadat het team een seizoen had beleefd dat hij in de F1 Beyond The Grid-podcast met Tom Clarkson omschreef als “een absolute ramp”.
Voor Button was die ommekeer des te opvallender omdat Honda een jaar eerder nog had gedacht door te kunnen bouwen op zijn zege in de Grand Prix van Hongarije van 2006. In plaats daarvan zakte het fabrieksteam in 2007 ver weg. Button zei dat Super Aguri, dat met Honda’s auto uit 2006 reed, het works team versloeg, terwijl Honda zelf met zijn 2007-auto “niet eens in de punten” kon komen.
Volgens de Brit kwam het kantelpunt toen Brawn zich eind 2007 bij de renstal aansloot. “Je voelde de sfeer veranderen”, zei Button. Na een jaar waarin een team dat kort daarvoor nog een race had gewonnen zo ver was teruggevallen, gaf Brawn volgens hem precies de impuls die nodig was. Binnen de ploeg ontstond direct het gevoel dat het “zou omdraaien”.
Button herinnerde zich ook hoe Brawn in de fabriek werd aangekondigd. De hele organisatie was samengebracht zonder te weten wat er zou komen, vertelde hij, totdat Brawn door het middenpad naar voren liep. “Daar was hij dan, en hij was onze redder”, zei Button. “Hij was degene die ons zou komen redden van het desastreuze 2007.”
Die impact zat volgens Button niet alleen in Brawns reputatie, maar ook in de manier waarop hij het team leidde. Hij zei dat Brawn de afrekencultuur binnen Honda wegnam en mensen meer vrijheid gaf om met gedurfde ideeën te komen. Niet alles werkte, erkende hij, maar risico nemen was nodig om weer vooraan te komen. “De sfeer was echt heel goed toen Ross er was”, zei Button.
In Buttons lezing was dat het begin van het herstel van de formatie uit Brackley. Iets meer dan een jaar later werd die structuur Brawn GP, waarna Button in 2009 zowel de coureurstitel als de constructeurstitel met het team pakte.
© Eterna