Andrea Stella zegt dat de uitvalbeurten van McLaren in Canada en Monaco hebben blootgelegd dat de betrouwbaarheid “nog niet is waar die moet zijn”, en dat het team daardoor voor het eerst echt nadeel ondervindt van zijn status als klantenteam van Mercedes.
Na het dubbele podium in Miami kreeg McLaren twee lastige weekenden te verwerken. In Canada werd de race deels gecompromitteerd door de keuze om op intermediates te starten, waarna Lando Norris uitviel met een probleem aan de versnellingsbak. In Monaco volgde opnieuw een DNF, dit keer door een probleem met de power unit.
Andrea Stella, teambaas van McLaren, maakte duidelijk dat hij in die reeks meer ziet dan losse incidenten. Elke uitvalbeurt had volgens hem een andere oorzaak, maar juist dat patroon is voor hem het punt. “Nog nooit eerder hebben we het gevoel gehad dat we als klantenteam in het nadeel waren”, zei Stella in Monaco. “En om misverstanden te voorkomen: dat komt niet doordat wij een lagere prioriteit hebben bij Mercedes HPP.”
Volgens Stella zit het nadeel in de manier waarop een klantenteam met de motorleverancier kan samenwerken. McLaren heeft minder mogelijkheden om de krachtbron volledig te integreren, op dezelfde tijdlijn betrouwbaarheidsproblemen aan te pakken en tegelijk het prestatiepotentieel van de power unit te benutten. Als fabrieksteam zijn die processen nauwer met elkaar verweven, ook bij het gebruik van faciliteiten en het combineren van chassis- en motorwerk.
Stella koppelde dat nadrukkelijk aan de technische context van 2026. Volgens hem zijn er “vele redenen” waarom betrouwbaarheid rond de power unit en de voordelen van een fabrieksteam juist nu zwaarder wegen, omdat die factoren door de grote reglementswijziging sterker op de voorgrond zijn gekomen.
Tegelijk wilde hij Mercedes HPP niet aanwijzen als schuldige. Stella zei dat de relatie met de motorafdeling “zeer succesvol” en nog altijd “geweldig” is. Hij wees er ook op dat niet elk probleem bij de leverancier ligt. De versnellingsbakstoring op de auto van Norris in Canada was volgens hem “puur aan de kant van McLaren”.
Juist daarom kijkt McLaren nu verder dan het oplossen van afzonderlijke defecten. Stella zei dat de samenwerking met Mercedes HPP het mogelijk maakt om elk probleem apart te analyseren en technisch op te lossen, maar dat dat “niet voldoende” is als er steeds nieuwe issues opduiken. McLaren en Mercedes voeren daarom al “enkele maanden” bredere gesprekken over de intensiteit van hun samenwerking, de uitwisseling van informatie en de processen van fabriek naar circuit en terug.
Die evaluatie is volgens Stella zowel gedetailleerd per onderdeel als breder van opzet, omdat 2026 “zoveel nieuwigheid” meebrengt dat beide partijen op een hoger samenwerkingsniveau moeten opereren. Daarbij temperde hij wel de verwachtingen: er zit altijd doorlooptijd in zulke veranderingen, en “het is niet zo dat je de resultaten de dag erna al ziet.”
© Eterna