McLaren vertrok zonder punten uit de Grand Prix van Canada nadat de gok op intermediates al in de openingsfase verkeerd uitpakte, Lando Norris later uitviel met een mechanisch probleem en Oscar Piastri als elfde werd geklasseerd na een tijdstraf van 10 seconden voor zijn botsing met Alex Albon.
De kern van McLarens race werd enkele minuten voor de start gelegd. Het team zette beide auto’s op intermediates omdat het asfalt er vettig en nat uitzag en het nog regende, maar tegen de formatieronde trok de bui weg en droogde de baan snel op. Piastri kwam daardoor al aan het einde van de eerste ronde binnen voor slicks, Norris een ronde later.
Piastri legde na afloop uit waarom die keuze op dat moment verdedigbaar leek. De McLaren-coureur zei tegen Sky F1 dat de omstandigheden vlak voor de start duidelijk slechter waren dan kort daarna: “Het regende, en tussen het volkslied en het moment dat we in de auto stapten was de baan eerlijk gezegd behoorlijk nat. Je kon duidelijk zien waar het droog was en waar het nat was. Naar de grid rijden op slicks was niet makkelijk, en vol gas gaan was behoorlijk lastig.” Over de uitkomst was hij veel harder: “Als het iets meer had geregend, hadden we eruitgezien als helden. Maar dat gebeurde niet, dus zagen we eruit als idioten.”
Heel even leek het erop dat de keuze toch zou werken. Norris schoot bij de start van de derde naar de eerste plaats en had na de eerste ronde ongeveer twee seconden voorsprong. Zelf gaf hij later toe dat hij al op de opwarmronde begon te vrezen dat de baan te snel opdroogde. “We maakten die beslissing als team. Ik heb er zelf ook op aangedrongen, dus ik neem daar wel verantwoordelijkheid voor,” zei Norris. Tegelijk hield hij vol dat de gedachte erachter logisch was, omdat “1% meer regen” het beeld compleet had kunnen kantelen.
Teambaas Andrea Stella wees erop dat McLaren nog extra pech had met het startverloop. Hij zei dat het team “vijf minuten voor de start” voor intermediates koos omdat “de baan vettig was en het nog regende”, maar dat “twee extra formatieronden elk voordeel wegnamen”. Daarmee was de band die alleen in een smalle weerswindow had kunnen werken al versleten voordat McLaren echt iets kon opbouwen.
Vanaf dat moment werd het alleen maar slechter. Piastri raakte in verkeer verzeild, blokkeerde later zijn voorwielen en reed Albon aan. De Williams liep daarbij dusdanige schade op dat Albon uitviel, terwijl Piastri zelf ook schade opliep en een straf van 10 seconden kreeg. Piastri nam de schuld op zich. “Het was gewoon zó moeilijk daarbuiten,” zei hij. “Ik had het gevoel dat ik vrij voorzichtig de bocht inging, maar ik blokkeerde de voorkant en toen was het klaar.” Daarna bood hij zijn excuses aan Albon en Williams aan voor de onnodige schade.
Norris werkte zich na de mislukte openingsgok nog terug richting de punten, maar zijn race eindigde rond ronde 40 vanuit de achtste plaats. Hij sprak van een duidelijk mechanisch probleem en zei dat er “metalen brokstukken” lagen waar die niet hadden mogen liggen toen hij uitstapte. “Er was een grote knal, abrupt, letterlijk,” zei hij.
Zo veranderde een weekend waarin McLaren competitief oogde in een zondag zonder opbrengst. Piastri werd als elfde geklasseerd, Norris haalde de finish niet en volgens de beschikbare samenvattingen groeide de achterstand van McLaren op Mercedes in het constructeurskampioenschap tot 113 punten.
© Jonathan Borba