De FIA werkt nu al aan de motorregels voor 2031 en wil volgens Jan Monchaux, technisch directeur voor de single-seater-afdeling van de bond, binnen twee à drie maanden de richting bepalen, omdat de zwakke punten van de huidige formule duidelijk zijn en kostenverlaging "absolute prioriteit" heeft.
Daarmee kijkt de autosportbond al voorbij de nieuwe powerunit-generatie die nog maar net is ingevoerd. In gesprekken met de fabrikanten is een eenvoudiger en goedkoper concept naar voren gekomen, waarbij een turbo-V8 met een gestandaardiseerde MGU-K geldt als een serieuze voorkeursrichting. Die motor zou op duurzame brandstof blijven rijden, maar met een duidelijk kleiner elektrisch aandeel dan in de huidige generatie.
Monchaux zei tegen Auto Motor und Sport dat de FIA het proces snel wil afronden. "We moeten dit in de komende twee à drie maanden afronden. Ik hoop dat het niet veel langer duurt." Hij voegde daaraan toe dat er uiterlijk eind dit jaar iets concreets op papier moet staan. De inzet is om rond de zomerstop een beslissing te hebben.
Volgens Monchaux is de behoefte aan een koerswijziging breed gedeeld. Hij zei dat alle fabrikanten in de eerste gesprekken hebben aangegeven de kosten te willen verlagen en de motoren te vereenvoudigen. De FIA probeert daarbij een middenweg te vinden waarin ook de constructeurs zich kunnen herkennen, maar wel met een duidelijk andere basis dan de huidige opzet.
Die haast komt voort uit de kritiek op de huidige motorformule, die al vroeg werd gezien als een problematisch compromis. De grote nadruk op het elektrische deel en op energiemanagement heeft de onvrede over die regels versterkt, terwijl de uitkomst van het oorspronkelijke onderhandelingsproces volgens meerdere bronnen uiteindelijk niemand echt tevreden stelde.
Nikolas Tombazis, technisch topman van de FIA, blikte in interviews aangehaald door AutoRacer en Auto Motor und Sport terug op dat eerdere traject. Hij zei dat fabrikanten destijds tegen de FIA beweerden dat ze "nooit meer een nieuwe verbrandingsmotor" zouden ontwikkelen en een tijdpad noemden waarna ze alleen nog elektrische auto's zouden bouwen. Dat is volgens hem niet gebeurd, wat de bond ertoe aanzet om de volgende stap minder afhankelijk te maken van schommelingen in de auto-industrie.
Tombazis trok daar een principiële conclusie uit. "We mogen ons niet door autofabrikanten in gijzeling laten nemen," zei hij. "We willen natuurlijk dat ze meedoen. Maar we mogen niet kwetsbaar zijn als ze willen vertrekken." Volgens hem moet de basis van een nieuwe motorformule daarom vroeg worden vastgelegd, juist omdat de ontwikkelingstijd lang is. Over een eenvoudiger concept voor de toekomst was hij duidelijk: alles ligt op tafel, maar alleen met consensus van de fabrikanten en Liberty Media.
Dat verklaart ook waarom de FIA zo vroeg aan 2031 werkt. Achter de schermen is zelfs al gesproken over een vervroegde invoering in 2029 of 2030, om sneller van de huidige cyclus af te stappen. Dat plan liep echter vooral vast op weerstand van Audi en Honda, die na slechts drie jaar niet opnieuw een volledig nieuwe motor wilden ontwikkelen en hun investeringen over de oorspronkelijk geplande vijfjarige cyclus wilden terugverdienen.
Daardoor blijft 2031 het waarschijnlijke moment voor de volgende grote reset. Als de FIA haar tijdschema haalt, wordt de richting daarvoor al deze zomer duidelijk, met een motorformule die minder hybride, eenvoudiger en goedkoper moet zijn dan de compromisoplossing die F1 nu heeft.
© Adriaan Greyling