← Home

Fernando Alonso veel groter dan zijn cijfers tonen

Fernando Alonso staat in de recordboeken met twee wereldtitels, 32 zeges en 106 podiums, maar volgens Mark Hughes en Edd Straw vertelt dat maar een deel van het verhaal. Hughes, technisch analist, stelde in de besproken analyse dat Alonso met acht punten verschil verspreid over zijn loopbaan op vijf titels had kunnen staan in plaats van alleen 2005 en 2006. Straw, hoofdredacteur van The Race, kwam uit op hetzelfde punt via een andere route: niet de kale statistiek, maar wat Alonso in elke auto en onder elke omstandigheid uit de wagen haalt.

Volgens Hughes is die kloof tussen prestatie en erelijst geen losse theorie, maar iets wat door Alonso's carrière heen steeds terugkomt. Hij wees erop dat Alonso na zijn twee Renault-titels nog drie serieuze kansen had op meer kampioenschappen. In 2007 verloor hij met één punt van Kimi Räikkönen. In 2010 en 2012 kwam Sebastian Vettel uit op respectievelijk vier en drie punten voorsprong. Hughes, technisch analist, zei in de analyse: "Het betreurenswaardige is dat de omstandigheden van zijn carrière niet helemaal passen bij zijn niveau." In dezelfde context voegde hij toe: "Twee wereldtitels onderschatten hem enorm. Maar dat is gewoon een gevolg van hoe deze sport werkt."

Daarmee ging het volgens Hughes niet alleen om pech, maar ook om kleine momenten, verkeerde beslissingen en races waarin Alonso aan de limiet zat en toch net tekortkwam. Hughes, technisch analist, noemde dat in de analyse zelfs "het grote verhaal van zijn carrière" en zei: "Er is die grote statistiek: als acht punten anders verdeeld waren over zijn seizoenen, had hij vijf titels gehad."

Straw legde de nadruk minder op die gemiste titels en meer op het soort coureur dat Alonso is. Straw, hoofdredacteur van The Race, zei in de analyse: "Hij is een van de beste coureurs ooit in langzame auto's." Daarbij verwees hij naar de Minardi van 2001, de Ferrari van 2012, het vroege deel van dit seizoen bij Aston Martin en de McLaren-jaren. Volgens Straw wordt Alonso's meerwaarde juist duidelijker als de auto lastig, onvoorspelbaar of simpelweg niet snel genoeg is.

Hughes trok die lijn door naar pure aanpasbaarheid. Hughes, technisch analist, zei in de analyse: "Waarschijnlijk is hij de meest aanpasbare coureur van deze eeuw. Welke auto ook, welke balans ook, welke banden ook, hij kan er het maximale uithalen." Hij onderbouwde dat met concrete voorbeelden. Over Silverstone 2004 zei Hughes, technisch analist, in de analyse: "Op Silverstone viel de elektronische controle weg en werd de auto volledig onbeheersbaar. Hij begreep het in een halve ronde en was in twee ronden terug op zijn oude tempo." Hughes voegde eraan toe dat Pat Symonds, toenmalig technisch directeur van Renault, daar destijds over zei: "Ik heb geen idee hoe hij dat gedaan heeft."

Een tweede voorbeeld kwam uit Hockenheim. Hughes, technisch analist, zei in de analyse dat Alonso daar een verschuiving van 18 procent naar voren in de voorbalans opving en zich in vier tot vijf ronden aanpaste, op een niveau waarbij andere coureurs volgens hem naar de pits zouden zijn gekomen.

Voor Straw zit Alonso's klasse in het totaalplaatje. Straw, hoofdredacteur van The Race, zei in de analyse dat Alonso zelf vaak zegt dat hij "in alles een 9,5 op 10" is. Straw werkte dat uit als racepace, stabiliteit, aanpassingsvermogen en beslissingskracht, en zei: "Over één ronde in de kwalificatie zijn er misschien andere coureurs die sneller zijn. Maar hij kan op alle gebieden een hoog niveau vasthouden. Dat is de echte kracht."

Dat beeld sluit aan bij hoe beiden zijn rijden beschrijven. Hughes, technisch analist, zei in de analyse: "Hij is niet immuun voor fouten, maar hij maakt ze heel zelden," en typeerde hem als "heel sluw, scherpzinnig, een straatvechter". Straw, hoofdredacteur van The Race, noemde zijn rijstijl in dezelfde analyse "buiten het gewone" en zei: "Hij reageert wel, maar zijn verwerkingssnelheid is zo abnormaal hoog dat het lijkt alsof hij vooruitloopt op wat er gaat gebeuren."

Samen vormen die observaties een helder oordeel. Volgens Hughes en Straw laat Alonso's loopbaan zien dat titels en zeges niet genoeg zijn om zijn niveau te meten. Juist zijn gevoel, zijn constante niveau en zijn vermogen om zich direct aan te passen maken duidelijk waarom zijn cijfers kleiner ogen dan zijn echte klasse.