Formule 1-ceo Stefano Domenicali heeft de deur opengezet voor een fundamentele herziening van de motorfilosofie na 2026, met goedkopere en lichtere power units als doel en zelfs een mogelijke terugkeer van V8- of V10-concepten op duurzame brandstof.
In een exclusief interview met The Race F1 Podcast zei Domenicali dat de sport en de motorfabrikanten nu “minder in een hoek” zitten dan vijf jaar geleden, toen de basis werd gelegd voor de huidige generatie motoren. Die keuze, met een notionele 50/50-verdeling tussen elektrische aandrijving en de V6-verbrandingsmotor, paste volgens hem bij een auto-industrie die toen sterk inzette op volledig elektrisch.
Dat speelveld is inmiddels veranderd. Elektrificatie blijft belangrijk, maar fabrikanten kijken volgens Domenicali weer naar meerdere energierichtingen. “Ik geloof dat de fabrikanten niet meer in een positie zullen zijn om te zeggen dat dat de enige weg vooruit is”, zei hij. “Dus in zekere zin zitten we nu minder in een hoek dan vijf jaar geleden.”
Dat is voor F1 belangrijk omdat Domenicali geen argument ziet om de huidige motorformule op lange termijn simpelweg door te trekken. Zijn voornaamste bezwaar is de prijs. “De kosten van de power unit zijn te hoog, dat staat vast”, zei hij. Volgens hem heeft de sport de plicht om ervoor te zorgen dat het geheel duurzaam blijft als business, met technisch relevante producten maar zonder de huidige kostenlast.
Gewicht is het tweede grote thema. Domenicali wees erop dat een nieuwe kans om auto’s lichter te maken serieus bekeken moet worden, zeker als dat alleen mogelijk is door de batterij kleiner en lichter te maken. Daarmee koppelt hij de discussie over toekomstige motoren direct aan een van de hardnekkigste technische kwesties in de huidige F1.
Tegelijk ziet hij juist in de brandstofkant nieuwe ruimte ontstaan. Vanaf 2026 rijdt de Formule 1 met 100 procent duurzame brandstof, en volgens Domenicali “opent” dat de deur naar andere configuraties voor de volgende cyclus. Daarbij noemde hij de mogelijkheid van V8- of V10-motoren met een bepaalde mate van hybridisering, terwijl duurzame brandstof “opnieuw centraal” kan komen te staan in de technische formule met “een andere balans tussen hybridisering en de verbrandingsmotor”.
De huidige planning is dat een volgende motorcyclus in 2031 ingaat, na vijf jaar met het nieuwe concept dat in 2026 wordt geïntroduceerd. Domenicali maakte wel duidelijk dat die datum niet onaantastbaar is. Hij zei dat het proces om de volgende regels vorm te geven dit jaar begint en dat de FIA daarin de leiding neemt. “Wat duidelijk is, is dat de FIA de regulator is, dus de FIA heeft de verantwoordelijkheid om een pakket voor te stellen”, zei hij.
Een eerdere invoering is daarmee niet uitgesloten, al temperde Domenicali die gedachte meteen met een praktische beperking. Ontwerp- en ontwikkeltijden maken duidelijk dat zo’n koerswijziging niet zomaar op zeer korte termijn kan worden doorgevoerd. Wel wil hij dat de discussie nu al wordt geopend, juist omdat de industrie volgens hem niet meer vastzit aan één elektrisch eindbeeld.
Daarmee verdedigt Domenicali tegelijk de keuze voor de huidige hybride richting en zet hij de volgende ommezwaai al in gang. De motorregels die bedoeld waren om fabrikanten te trekken blijven overeind voor 2026, maar de boodschap vanuit F1 is nu dat de fase daarna veel vrijer kan worden ingevuld, met lagere kosten, minder gewicht en duurzame brandstof als kern van de volgende technische stap.
© Adriaan Greyling