Cadillac heeft de roep om een toekomstige terugkeer van V8-motoren in de Formule 1 openlijk gesteund, terwijl Formula 1-CEO Stefano Domenicali tegelijk aandringt op een eenvoudigere motorformule met meer nadruk op verbranding en duurzame brandstoffen.
Mark Reuss, president van General Motors, sprak zich tijdens het IndyCar-weekend in Detroit duidelijk uit voor die richting. “Wij weten hoe we V8-motoren moeten bouwen,” zei Reuss. Hij verwees daarbij naar GM’s lange geschiedenis in GTP en GTD Pro en benadrukte dat die motoren in Michigan worden gebouwd. “We zijn erg blij dat deze mogelijkheid in de Formule 1 wordt besproken.”
Juist dat standpunt valt op omdat Cadillac tegelijk vasthoudt aan zijn bestaande F1-motorproject. Reuss maakte duidelijk dat er geen koerswijziging is in de plannen van GM: “We gaan door met de ontwikkeling van de 2,4-liter V6 biturbo die voor 2028 gepland staat.” Daar voegde hij aan toe: “Ik denk niet dat dat verandert. We hebben al aanzienlijk geïnvesteerd en het is een geweldig project.”
De discussie over een V8-terugkeer heeft de laatste tijd aan kracht gewonnen doordat de motorregels voor het tijdperk vanaf 2026 op kritiek stuiten. Binnen de sport is er onvrede over de grote afhankelijkheid van elektrische aandrijving en de complexe energiemanagement-systemen, waarna zowel de FIA als de leiding van de Formule 1 steeds nadrukkelijker over een eenvoudiger alternatief zijn gaan spreken. FIA-president Mohammed Ben Sulayem steunde al het idee van lichtere, luidere, simpelere en goedkopere motoren in de richting van 2030 en 2031.
Domenicali gaf die lijn extra gewicht in een interview met L’Equipe. De Formule 1-topman zei dat hij “een toekomst ziet waarin groene brandstof een centrale rol speelt” en waarin de sport “de huidige balans met het elektrische deel kan veranderen en de verbrandingsmotor weer de hoofdrol kan geven”. “Dat is de basis van de autosport,” zei hij.
Voor Cadillac is dat meer dan een theoretisch debat. Het merk mikt vanaf 2028 op de status van volwaardige motorfabrikant en General Motors heeft daarvoor al een speciale F1-motordivisie opgezet in North Carolina, onder leiding van veteraan-ingenieur Russ O’Blenes. GM neemt bovendien al deel aan vergaderingen van motorfabrikanten. Als de Formule 1 uiteindelijk inderdaad naar een eenvoudiger V8-formule opschuift, verandert dat vooral het pad waarlangs Cadillac zijn fabrieksproject uitbouwt, niet de ambitie om als volwaardige constructeur in de sport te opereren.
© Jonathan Borba