© Eterna

Audi houdt vast aan lange F1-opbouw na stroeve start

Audi laat zijn moeizame start in de Formule 1 in 2026 niet leiden door de stand in het kampioenschap, maar door de vraag of het fabrieksteam en de powerunit-organisatie stap voor stap stevig genoeg worden opgebouwd.

Projectleider Mattia Binotto maakt duidelijk dat losse puntenfinishes voor hem niet de maatstaf zijn. Audi richt zich volgens hem op “the sustainable construction of all important structures”, omdat “we know that it takes time to build a solid foundation”. Die opbouw gaat volgens Binotto verder dan de prestaties op de baan alleen en draait om “the size of the team, the capabilities, the competence and the infrastructure” voordat Audi blijvend voor topposities kan vechten.

Dat lange termijnverhaal contrasteert scherp met de cijfers van nu. Na negen races staat Audi negende in het constructeurskampioenschap met zes punten, allemaal gescoord door Gabriel Bortoleto. Nico Hülkenberg is vier keer uitgevallen, onder meer door een brandje op weg naar de sprintgrid in Miami, een versnellingsbakdefect op Silverstone en het vreemde incident in Barcelona waarbij een steentje de noodschakelaar raakte en zijn auto volledig uitschakelde.

Toch ziet Hülkenberg de zware openingsfase niet als een verrassing. In een exclusief interview met RacingNews365 zei Nico Hülkenberg dat het seizoen “redelijk” verloopt, juist omdat Audi op cruciale gebieden alles voor het eerst zelf heeft moeten opbouwen. “Especially on the engine, gearbox and hydraulics side, we did everything from scratch and by ourselves for the first time”, zei hij. Na de vroege betrouwbaarheidsproblemen voelt hij wel dat het team “already progressed a lot”.

Volgens Hülkenberg is die vooruitgang alleen nog niet zichtbaar in de WK-stand. Terugkijkend op de wintertests in Bahrein en op Barcelona zei hij dat “the car has evolved a lot, especially on the power unit side”, terwijl er ondanks het lage puntenaantal “a lot of progress” is geboekt dat “not really reflected in the championship yet.”

Daarmee raakt hij de kern van Audi's grootste technische opgave. Voor de regels van 2026 moest het merk vanaf nul een powerunit ontwikkelen, met een 1,6-liter turbo-V6 gekoppeld aan een veel krachtigere elektromotor en een bijna gelijke verdeling tussen verbrandings- en elektrische output. Dat integreren is extra complex omdat rivalen al meer dan tien jaar ervaring hebben met turbo-hybride aandrijving.

Audi probeerde die achterstand voor de Grand Prix van Spanje al te verkleinen met de eerste motorupgrade van het seizoen. Beide auto's kregen nieuwe verbrandingsmotoren en turbocompressoren met hardware-aanpassingen die vooral de driveability moesten verbeteren, niet direct voor een grote vermogenssprong moesten zorgen. Hülkenberg noemde die stap “necessary, but it was also positive” en zei dat Neuburg, Audi's motorenbasis, “has been pretty on it and reactive with all the issues we saw.”

Volgens Hülkenberg zit daar precies de waarde van deze moeilijke fase. Elke run levert nieuwe data op over problemen, potentieel en verbeterpunten, terwijl in de fabriek al aan volgende oplossingen wordt gewerkt. Voor Audi betekent dat dat een seizoen met zes punten en veel uitvalbeurten intern minder zwaar weegt dan de vraag of de basis snel genoeg groeit om later wél structureel mee te doen, ook al geldt de huidige powerunit nog steeds als een van de zwakste op de grid.