Aston Martin sleept zich door een rampzalige start van 2026 in de hoop dat een zwaar herziene AMR26B na de zomerpauze het seizoen kan kantelen, terwijl de eigen leiding erkent dat de huidige achterstand zo groot is dat het soms voelt alsof het team in “een andere categorie” rijdt.
De kern van die aanpak is een bewuste keuze om ontwikkelingsmiddelen niet uit te smeren over kleine korte-termijnupdates, maar te richten op één groot pakket later in het jaar. Mike Krack, trackside operations chief van Aston Martin, zei dat het besluit onder moeilijke omstandigheden is genomen, maar dat het team zich eraan heeft verbonden. “We hebben een sterke leider en de beslissing is genomen om de upgrades uit te stellen”, zei hij. Volgens Krack is het nu de taak om de motivatie hoog te houden en met het huidige pakket zoveel mogelijk te leren.
Die boodschap onderstreept hoe zwaar de situatie inmiddels weegt binnen het team. Krack zei dat de druk in de hele operatie voelbaar wordt, zeker bij de coureurs, en noemde het “een zeer moeilijke situatie”. Over de prestaties was hij al even duidelijk: “Hoe gek het ook klinkt, als je drie tot vier seconden achterligt, voelt het alsof je in een andere categorie racet, maar je leert nog steeds veel.”
Het probleem voor Aston Martin is dat zelfs die langverwachte update geen wondermiddel lijkt. Krack waarschuwde dat het moeilijk is om te zeggen dat alles zal veranderen zodra de nieuwe onderdelen arriveren, omdat een deel van de problemen volgens hem zal blijven bestaan. Hij wees niet alleen naar gebrek aan downforce of vermogen, maar ook naar zaken als wegligging, schakelmomenten, de respons van de transmissie en de vermogensafgifte. Dat zijn problemen die volgens hem niet verdwijnen met alleen “een beetje meer vermogen of downforce”.
De omvang van de crisis werd nog eens zichtbaar in Barcelona. Na zeven races was de AMR26 in een van de samenvattingen omschreven als “een van de slechtste” Formule 1-auto’s van deze eeuw, en op het Circuit de Barcelona-Catalunya zakte Aston Martin opnieuw naar de achterkant van het veld. Fernando Alonso en Lance Stroll kwalificeerden zich op de laatste plaatsen, meer dan drie seconden langzamer dan de Q1-referentietijd en zelfs achter de Cadillac-auto’s, voordat beiden op zondag uitvielen met mechanische problemen.
Alonso liet na de Grand Prix van Spanje weinig ruimte voor twijfel over hoe het team intern naar de auto kijkt. Fernando Alonso zei dat Aston Martin de situatie allang kent: “We wisten dat we de slechtste auto en de slechtste motor hebben. We zijn in alle races tot nu toe heel duidelijk geweest dat we moeten werken.” Hij maakte ook duidelijk dat hij op korte termijn geen ommekeer verwacht. Met het oog op Oostenrijk voegde hij eraan toe dat het team waarschijnlijk opnieuw achteraan zal staan en dat de zwakke punten van de auto al bekend zijn.
Volgens GPblog werkt Adrian Newey intussen aan een ‘model B’-versie van de AMR26, omschreven als vrijwel een volledig nieuwe auto. Die specificatie zou direct na de zomerpauze moeten debuteren tijdens de Grand Prix van Nederland op Zandvoort. Voor Aston Martin is dat meer dan een normale update: het is de inzet van het seizoen, en tegelijk een risico, omdat de eigen technische leiding al heeft aangegeven dat niet alle fundamentele tekortkomingen daarmee automatisch verdwijnen.
© Liauzh