© Jonathan Borba

Spa houdt deur open voor extra F1-jaren

Spa-Francorchamps houdt de deur open voor meer Formule 1-races dan nu op papier zijn vastgelegd, ondanks het rotatiecontract waarmee de Belgische Grand Prix voorlopig alleen voor 2026, 2027, 2029 en 2031 is bevestigd.

Daarmee schuurt de boodschap van het circuit tegen het beeld aan dat de kalender al grotendeels dichtligt. Formula 1 maakte in 2025 een meerjarige verlenging met Spa-Francorchamps bekend, gekoppeld aan een rotatiesysteem. In die opzet kreeg de Belgische Grand Prix een vaste plaats in vier seizoenen: 2026, 2027, 2029 en 2031.

Toch ziet Spa die lijst niet als een harde bovengrens. Melchior Wathelet, voorzitter van het circuit van Spa-Francorchamps, gaf aan dat het evenement niet noodzakelijk beperkt blijft tot alleen de al bevestigde jaren. Volgens hem zou Spa ook buiten die gegarandeerde data nog een Formule 1-race kunnen organiseren.

Dat is relevant omdat de ruimte op de kalender juist kleiner lijkt te worden, niet groter. Eerder in 2025 tekenden Formula 1 en Spa na een periode van onzekerheid een nieuw contract voor zes jaar tot en met 2031. Binnen dat akkoord ontbreken 2028 en 2030, omdat die plaatsen in het rotatiemodel aan andere circuits worden gegeven.

Die structuur werd deze week nog concreter. Toen werd bevestigd dat Barcelona vanaf 2028 de alternerende slots krijgt. Daarmee is de kalenderopzet in feite ver vooruit ingevuld en ligt de structuur tot en met 2032 grotendeels vast.

Op basis van de nu bekende verdeling betekent dat voor Spa een duidelijke afbakening: wel op de kalender in 2026, 2027, 2029 en 2031, niet ingepland in 2028 en 2030. Juist daarom wegen de woorden van Wathelet zwaarder dan een vrijblijvende wens. Ze suggereren dat Spa ruimte ziet om opnieuw te onderhandelen als er zich een opening voordoet.

Dat verandert niet meteen iets aan de bestaande overeenkomst, maar het laat wel zien dat het Belgische circuit zijn positie niet beschouwt als definitief teruggebracht tot een tweejaarlijkse aanwezigheid. Waar het rotatiemodel bedoeld lijkt om de beschikbare plekken tussen meerdere Europese evenementen te verdelen, probeert Spa duidelijk de mogelijkheid open te houden om meer dan alleen zijn gegarandeerde beurten veilig te stellen.

Voor de Belgische Grand Prix is dat de kern van de zaak: formeel ligt er een schema met vaste jaren en lege jaren, maar Spa zelf presenteert die lege jaren niet als voorgoed verloren. Zolang het circuit die ruimte publiekelijk blijft claimen, blijft de toekomst van de race beweeglijker dan het contract op het eerste gezicht doet vermoeden.