© Eterna

Smedley hekelt trage F1-race engineers

Rob Smedley vindt het “onacceptabel” dat sommige moderne Formule 1-race engineers “eeuwig” nodig hebben om met een antwoord terug te komen wanneer een coureur via de radio om urgente hulp vraagt.

In de High Performance Racing-podcast zei de voormalige Ferrari- en Williams-engineer dat juist daar de kern van het vak ligt. Een coureur meldt zich volgens hem op de radio omdat hij “in een situatie” zit, die niet begrijpt en hulp nodig heeft. Dan moet vooral de race engineer die situatie “heel, heel snel” onder controle krijgen, in plaats van de rijder te laten wachten.

Smedley’s kritiek was scherpst toen hij uitlegde hoeveel zelfstandigheid een race engineer aan de pitmuur zou moeten hebben. Volgens hem moet die al “80% van het antwoord” paraat hebben. “Ik sta in Miami, halverwege de wereld, en wacht op iemand in Brackley of Silverstone of Maranello, een 22-jarige afgestudeerde, die me een getal moet geven dat ik nodig heb,” zei Smedley. “Als jij de race engineer bent, moet je veel, veel beter zijn dan dat.”

Daarmee beperkte hij de rol niet tot snelle rekenhulp. Smedley omschreef een goede race engineer als iemand die de coureur begrijpt en diens positie voortdurend kan optimaliseren, met sterke kennis van aerodynamica, banden en de mechanische en elektronische systemen van de auto. Dat geldt volgens hem zowel in de kwalificatie als in de race.

Maar, zei hij, het vak is niet alleen technisch. Een engineer moet ook begrijpen hoe een coureur werkt, inclusief diens psychologie. Wat volgens een simulatie de snelste oplossing is, hoeft voor de rijder niet werkbaar te zijn als die daardoor te veel onderstuur of overstuur voelt. Juist daarom moet een race engineer voortdurend “in het hoofd van de coureur” zitten.

Daar komt nog bij dat de engineer volgens Smedley als vertaler moet fungeren tussen cockpit en team. Coureurs zijn geen engineers en hebben het vocabulaire van raceauto’s vooral uit ervaring geleerd, terwijl iedere rijder het gedrag van de auto net anders beschrijft. Het is dan aan de race engineer om die feedback terug te vertalen naar de rest van de organisatie.

Smedley zei dat er in de Formule 1 nog steeds goede engineers rondlopen, maar ook “behoorlijk vreselijke”. Voor hem is besluiteloosheid een van de duidelijkste kenmerken van die laatste categorie, net als een zwakke beheersing van de basisprincipes. Hij noemde daarbij bandenkunde, bandendynamica, voertuigdynamica en aerodynamica.

Een race engineer hoeft volgens hem niet het niveau van iedere specialist te halen, maar moet wel ongeveer “80%” begrijpen van wat zij begrijpen om met hen te kunnen werken en de juiste call te maken op het moment dat de coureur daarom vraagt. Als dat niet lukt, is een engineer volgens Smedley “reddeloos verloren” en juist dat bepaalt of de pitmuur een rijder helpt of hem laat zitten op het moment dat een race kantelt.