Max Verstappen wil veiligheid gebruiken om de omstreden F1-regels voor 2026 bij te sturen, ook tijdens een seizoen als dat nodig is. De Red Bull-coureur wijst naar een bijna-botsing in Japan op Suzuka, waarbij Oliver Bearman en Franco Colapinto betrokken waren en een impact van 50G werd gemeten. Volgens hem laat dat zien dat de risico’s nu al zichtbaar zijn.
Verstappen hekelt meerdere bouwstenen van het nieuwe pakket. Hij noemt de manier waarop batterijterugwinning ingrijpt in het rijden, door hem omschreven als “super wrapping” en “super clipping”. Hij wijst op actieve aerodynamica die constant schakelt, en op de bijna 50:50 verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische aandrijving. In zijn ogen verschuift het hart van het racen naar energiemanagement. Dat schaadt het gevecht op de baan en vergroot de kans op gevaarlijke situaties.
Volgens Verstappen lopen de snelheden te ver uiteen zodra auto’s energie terugwinnen of juist ontladen. Dat zorgt voor grote snelheidsverschillen tussen auto’s die op papier in dezelfde klasse rijden. Hij noemt ook onduidelijke regels rond liften en remmen wanneer systemen energie verzamelen. Coureurs reageren dan anders op vergelijkbare momenten, wat tot onverwachte manoeuvres kan leiden. Het incident met Bearman en Colapinto op Suzuka is voor hem een voorbeeld dat niet om uitleg vraagt. De grote klap onderstreept, zegt hij, dat de grens dichterbij komt als auto’s met wisselende prestaties door dezelfde bochten en rechte stukken gaan.
Verstappen stelt een duidelijke route voor. Gebruik veiligheid als hefboom om aanpassingen te rechtvaardigen, politiek en technisch. De FIA heeft instrumenten om in te grijpen. Circuits kunnen worden aangepast als bepaalde passages te risicovol worden in het nieuwe tempo- en energieritme. SLM-secties kunnen opnieuw beoordeeld worden om te voorkomen dat accu- en aero-instellingen tot onvoorspelbaar gedrag leiden. Ook kan de wedstrijdleiding strikter bepalen wanneer een beschadigde auto direct moet uitvallen, om te vermijden dat voertuigen met beperkte controle toch nog doorrijden.
Hij wijst op precedent. In 1994 werden airbox-regels tijdens het seizoen aangepast om de veiligheid te verbeteren. Dat laat volgens hem zien dat ingrepen niet tot een winterstop hoeven te wachten. De stap naar 2026 is groot, zegt hij, en eenzelfde flexibiliteit is nodig als de praktijk uitwijst dat de theorie niet werkt zoals bedoeld. Hij erkent dat de teams mee moeten werken. Zonder overeenstemming wordt elke wijziging traag en stroperig. Met draagvlak kunnen updates sneller door de sport rollen, van software-instellingen tot hardwaregrenzen.
De reacties in de paddock zijn verdeeld. Jos Verstappen stelt dat de nieuwe regels meer chaos veroorzaken. Volgens hem zijn rijders te vaak bezig met het managen van energie, in plaats van ronde na ronde maximaal te pushen. Dat verklaart voor een deel de frustratie van zijn zoon. Het rijden verandert, zegt hij, en het plezier neemt af wanneer je vooral tegen de meters op het stuur rijdt.
Voor Max Verstappen is het uitgangspunt helder. Als het pakket leidt tot grote snelheidsverschillen, verwarring over lift- en rempunten en meer harde klappen, dan hoort veiligheid de maatstaf te zijn voor aanpassing. De middelen bestaan al bij de FIA. Voor veranderingen is wel medewerking van de teams nodig.