Na de Grand Prix van Japan beschreef Isack Hadjar de Red Bull RB22 als “echt, echt onbestuurbaar” en “gevaarlijk”. Een batterijprobleem en gebrek aan snelheid hielden hem op P12 op Suzuka. De Franse rookie verliet het Suzuka Circuit met frustratie en zonder duidelijk plan van het team voor verbetering.
Het weekend begon nog met een helder moment. Hadjar kwalificeerde zich als achtste en was in Q2 sneller dan Max Verstappen. Die plek bood uitzicht op punten en een gevecht met Pierre Gasly in de race. De start leverde dat niet op. In de eerste twee ronden verloor hij drie posities en viel hij terug in het middenveld.
Kort daarna sloeg een elektrisch probleem toe. De batterij leverde geen vermogen, waardoor de auto tijdelijk “zonder power” zat. Dat kostte hem direct nog meer plekken. Het haalde de angel uit zijn strategie en maakte ieder plan om met Gasly te vechten zinloos. Hadjar meldde dat hij vooral moest overleven en het systeem moest managen, in plaats van aanvallen.
De zorgen gingen verder dan elektronica. Hadjar klaagde openlijk over de RB22 zelf. Volgens hem klopten de chassisbalans en de bochtensnelheid niet. Hij zei dat de wagen door het weekend heen trager werd, in plaats van sneller. Het leverde een onrustig rijgedrag op, met grillige reacties bij insturen en weinig vertrouwen op hoge snelheid. In zijn woorden maakte dat de auto in Japan gevaarlijk om te rijden. Hij vond geen stabiel venster om de banden te laten werken en verloor daardoor grip in de cruciale middensectoren.
De race ontsnapte hem ook op strategisch vlak. Hadjar dook de pits in net voor een safetycar-periode. Die timing zette hem op achterstand ten opzichte van directe rivalen die goedkoop konden stoppen. Het werd een lange stint in verkeer, zonder de schone lucht die hij nodig had om tempo op te bouwen of de batterij koeler te houden. Elk gat dat hij probeerde te slaan, sloot weer zodra hij vastliep achter een trein met DRS.
In het middenveld kwam hij Arvid Lindblad tegen. De rookie verdedigde fel. De wedstrijdleiding gaf Lindblad een zwart-witte vlag voor bewegen tijdens het remmen. Het hielp Hadjar slechts kort. Hij pikte wel wat posities op met inhaalacties op onder meer Nico Hülkenberg en Gabriel Bortoleto, maar dat veranderde weinig aan de eindklassering. De combinatie van energiebeheer, matige balans en verloren tijd bij de stops hield hem buiten de punten. De twaalfde plaats stond vast toen het tempo in de slotfase opnieuw wegviel.
Hadjar trok na afloop een sombere lijn richting de komende weken. Hij zei dat zijn enige troost is dat hij de auto nog altijd snel kan rijden als het even samenvalt, maar hij ziet geen duidelijk plan binnen het team om de RB22 sneller of veiliger te maken. Hij wil dat Red Bull de oorzaak van het batterijprobleem vindt en de rijdbaarheid verbetert, vooral in snelle bochten en bij het aanremmen. Zonder oplossingen, zo stelde hij, blijven momenten als in Suzuka terugkeren en gaat elk klein incident uitgroeien tot een verloren middag.
Na drie races staat Hadjar op vier WK-punten. De Japannerace leverde niets op behalve data en een lijst met werkpunten. De woorden na de vlag waren hard, de uitkomst simpel: een RB22 die volgens de coureur niet doet wat hij vraagt, een batterij die hem liet zitten en een kans op punten die verdween in een weekend dat steeds trager werd.
© Jonathan Borba