Cadillac F1 heeft Dynisma’s vlaggenschip, de DMG-360XY, gekozen voor installatie op zijn basis in Indiana als volgende grote investering in de technische infrastructuur waarmee het team vanaf zijn Formule 1-debuut in 2026 competitief wil zijn.
De simulator moet een centrale rol spelen in voertuigontwikkeling, coureursvoorbereiding en afstellingswerk. Daarmee haalt Cadillac die activiteiten naar zijn eigen groeiende F1-hub in Indiana, in plaats van daarvoor gebruik te blijven maken van GM’s Charlotte Technical Center.
Voor een volledig nieuw team is dat een belangrijke stap, omdat driver-in-the-loop-simulatie steeds zwaarder weegt in de Formule 1. Met echte testtijd die sterk beperkt is, leunen toonaangevende teams al jaren op simulatoren naast windtunnelwerk en CFD om correlatie te vinden en sneller ontwikkelingsbeslissingen te nemen.
Cadillac kiest daarbij voor dezelfde leverancier die ook Ferrari en McLaren bedient. Volgens het team gebruikt de DMG-360XY de nieuwste LED-wall-visualisatietechnologie, met ultra-lage latency en hoge bandbreedte om het realisme en de correlatie met het echte autogedrag te verbeteren. Het platform kan tot vijf meter bewegen in zowel de X- als Y-richting en heeft onbeperkte yaw-beweging, bedoeld om complexe voertuigdynamiek en feedback van de coureur nauwkeuriger na te bootsen.
Nick Chester, chief technical officer van Cadillac F1, noemde de keuze fundamenteel voor de opbouw van het project. “Het selecteren van het juiste simulatorplatform is een cruciale beslissing voor elk Formule 1-team”, zei hij. Chester voegde toe dat de technologie van Dynisma het team “het niveau van nauwkeurigheid, responsiviteit en correlatie” biedt waar het naar zocht bij het verder uitbouwen van zijn technische capaciteit.
Hij omschreef de komst van de DMG-360XY ook als “een belangrijke stap” in het opzetten van de tools en systemen die het ingenieurswerk en het coureursprogramma “in de komende seizoenen” moeten ondersteunen.
Die investering past in Cadillac’s bredere aanloop naar zijn entree in de sport. Het team wil in 2026 en 2027 met Ferrari-motoren rijden en mikt vanaf 2028 op een eigen power unit, waardoor de uitbreiding van personeel, faciliteiten en simulatiewerk direct raakt aan de vraag hoe snel het vanaf dag één een geloofwaardige technische basis kan neerzetten.
© Jonathan Borba