© Jonathan Borba

Aston Martin zet stap in betrouwbaarheid in Miami

Aston Martin boekte in Miami zijn eerste dubbele finish van 2026 en zag daarin vooral een noodzakelijke stap vooruit in betrouwbaarheid, niet in snelheid. Na een moeizame seizoensstart met hardnekkige vibraties rond de Honda-krachtbron kreeg het team eindelijk beide auto’s aan de finish, maar Fernando Alonso, Lance Stroll en teambaas Mike Krack waren eensgezind over wat dat echt betekent: de basis is verbeterd, de performance nog niet.

Alonso noemde het na de race “goed om beide auto’s voor het eerst dit seizoen aan de finish te hebben” en sprak van “duidelijke vooruitgang in betrouwbaarheid”. Tegelijk temperde hij elke gedachte aan een ommekeer. “We zijn nog steeds niet waar we willen zijn”, zei hij, waarna hij duidelijk maakte waar de aandacht nu naartoe gaat: “Nu verschuift onze focus naar performance.” Volgens Alonso leverde het weekend vooral bruikbare data op voor de weken richting Canada, terwijl het team geduld moet houden.

Stroll trok dezelfde conclusie. Hij noemde het “een positief punt uit Miami” dat beide auto’s eindelijk de finish haalden en zei dat Aston Martin meer kilometers kon maken en dit weekend minder vibraties ervoer. Daarmee werd een van de grootste problemen van de eerste races in elk geval deels onder controle gebracht. Sportief bleef het beeld echter zwak. Stroll erkende dat de bandenstrategie achteraf niet werkte en stelde dat het team nu de “performance related issues” moet aanpakken, omdat er “veel gebieden zijn waarop we ons kunnen verbeteren”.

Die boodschap sloot aan bij wat Krack namens het team uitlegde. De Aston Martin-teambaas zei dat de focus in de onderbreking lag op samenwerking met Honda “om de vibraties van de power unit in het chassis te verbeteren”. Volgens hem heeft dat werk resultaat opgeleverd en zette het team in Miami “een belangrijke stap vooruit op het gebied van betrouwbaarheid”. Maar ook Krack koppelde daar direct de echte beperking aan vast: “Er is duidelijk meer nodig om onze pace te verbeteren en het potentieel van dit pakket te ontsluiten.”

Dat contrast was het hele weekend zichtbaar. Alonso zei al na de kwalificatie dat het “een opluchting” was dat de vibratieproblemen van de power unit waren verbeterd. Later stelde hij zelfs dat die vibraties “weg” zijn en dat de auto zich nu “normaal gedraagt”, zonder zorgen dat de race niet uitgereden kon worden. Wel kreeg Aston Martin in Miami met nieuwe technische problemen te maken. Alonso meldde dat versnellingsbakproblemen hem in de kwalificatie beperkten en omschreef dat als iets wat “onmogelijk te rijden” maakte, met onregelmatige terugschakelingen en gebrek aan acceleratie uit bochten.

De bredere context maakt duidelijk waarom Aston Martin de dubbele finish vooral als herstel van de basis ziet. Honda-tracksidechef en hoofdingenieur Shintaro Orihara had vooraf al gewaarschuwd dat de extra tegenmaatregelen na het werk in Sakura bedoeld waren om vibraties te verminderen en de betrouwbaarheid te verbeteren, maar “geen zichtbare impact op de performance van de power unit op de baan” zouden hebben. Hij sprak wel van vooruitgang en zei dat de data in Miami bevestigden dat de oplossingen werkten zoals bedoeld.

Ook Alonso had voor het weekend al aangegeven dat Aston Martin in feite met dezelfde auto reed als in de eerste races, terwijl rivalen sinds Japan wel stappen hadden gezet. Volgens hem heeft het team sindsdien vooral aan betrouwbaarheid gewerkt en niet aan pure performance, waardoor de achterstand zelfs zichtbaarder is geworden. Dat verklaart waarom de opluchting over het verdwijnen van de vibraties direct gepaard ging met een harde realiteitscheck over de snelheid van de AMR26.

Miami leverde Aston Martin dus geen sportieve doorbraak op, maar wel iets wat daarvoor moest komen: een auto die eindelijk normaal genoeg functioneert om het ontwikkelwerk geloofwaardig voort te zetten. Precies daarom ligt de druk nu niet meer op overleven, maar op het vinden van performance voor Canada en de rest van het seizoen.