Nico Rosberg zegt dat Michael Schumacher tijdens hun jaren als Mercedes-teamgenoten tussen 2010 en 2012 voortdurend psychologische spelletjes speelde, met kleine maar doelgerichte acties die hem voor sessies uit zijn ritme moesten halen.
Rosberg vertelde in de High Performance-podcast dat het volgens hem geen incidenten op zichzelf waren, maar een vast patroon. Hij omschreef Schumacher als iemand die “mentaal een krijger” was en “leeft en ademt om zijn teamgenoot mentaal kapot te maken”, niet op een openlijke manier, maar in “een casual grijs gebied” dat hij elke dag gebruikte.
Het scherpste voorbeeld ging over de enige wc in de garage, vlak voor een sessie. Rosberg zei dat Schumacher zich daar opsloot op het moment dat een coureur normaal voor het instappen nog snel naar het toilet gaat. Hij zei dat hij op de deur stond te bonzen en riep: “Kom eruit, kom eruit, alsjeblieft. Ik moet gaan.” Volgens Rosberg kwam er geen reactie behalve het besef dat de tijd wegtikte, tot “drie minuten te gaan, twee minuten te gaan”. Uiteindelijk, zei hij, moest hij improviseren: “Ik moest een emmer achter in de garage zoeken om te plassen. De monteurs werken om me heen en ik plas in een emmer, trillend, gestrest. Hij deed dit de hele tijd, hij genoot ervan.”
Rosberg zei dat de timing daarvan extra zwaar woog omdat een coureur daarna meteen in de auto moet, met alle spanning van gordels en voorbereiding vlak voor het uitrijden. Juist dat soort momenten, stelde hij, gebruikte Schumacher om druk op te voeren.
Een ander voorbeeld was de parkeerplaats bij het circuit. Rosberg zei dat Schumacher zijn auto net ver genoeg over de witte lijn zette, “met twee wielen” in zijn vak, zodat hij zelf niet meer normaal kon inparkeren zonder risico op schade. Dat leverde volgens hem stress op omdat hij vaak pas een minuut voor een engineeringmeeting aankwam, terwijl niet alleen de mensen op het circuit maar ook “50 mensen in de fabriek” online zaten te wachten.
Waarom hij er destijds niets van zei, verklaarde Rosberg vooral met Schumachers status binnen de sport. Nico Rosberg, voormalig Formule 1-coureur, zei dat hij toen te jong was om hem echt te confronteren. “Je moet je herinneren dat die man God is,” zei hij. Hij beschreef ook hoe de aanwezigheid van Schumacher in het team doorwerkte: als hij een ruimte binnenkwam, stopten engineers volgens Rosberg met werken omdat het simpelweg Michael Schumacher was.
Met de ervaring van nu zou hij het anders aanpakken. Rosberg zei dat hij vandaag direct zou zeggen: “Michael, stop met deze onzinspelletjes, dit is nutteloos. En het is niet juist om me stress te bezorgen voordat ik in de auto stap.” Juist daarin ziet hij achteraf de echte les van die periode: kwetsbaarheid tonen voelt op dat moment misschien riskant, maar kan volgens hem juist een kracht zijn.
© Eterna