Lewis Hamilton heeft de FIA en de Formule 1 opgeroepen om de autosport toegankelijker te maken, nadat hij de huidige kosten in de kartsport "belachelijk" noemde en zei dat het voor coureurs uit gewone gezinnen "hoogst onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk" wordt om de top te bereiken.
De Ferrari-coureur maakte duidelijk hoe ver de instapkosten zijn opgelopen met een extreem voorbeeld. Hamilton zei dat hij iemand kent met een kind van acht jaar oud dat meer dan 1 miljoen dollar per jaar uitgeeft aan karten. Daar zette hij zijn eigen beginjaren tegenover. "Mijn vader gaf in het eerste jaar 20.000 pond uit", zei Hamilton, een bedrag dat volgens hem neerkwam op het herfinancieren van het huis en het maximaal benutten van creditcards.
Volgens Hamilton raakt daarmee de kern van de talentladder vervormd. "Er is geen enkele verantwoording van de mensen die deze organisaties of deze sporten leiden", zei hij. "Ik weet niet hoe, maar er moet een manier zijn om het toegankelijk te maken, en het is belachelijk." Hamilton legde de verantwoordelijkheid vervolgens nadrukkelijk bij de FIA en de Formule 1. "Zij moeten die veranderingen daadwerkelijk doorvoeren."
Zijn punt ging verder dan alleen karting. Hamilton waarschuwde dat de kosten in de opstapklassen daarna alleen maar verder oplopen, waardoor niet langer vanzelfsprekend het grootste talent boven komt drijven. In plaats daarvan, zei hij, zijn het de families met het meeste geld die kansen creëren voor bevoorrechte kinderen. Zonder ingrijpen zal dat patroon volgens Hamilton nog "de komende decennia" zichtbaar blijven.
Max Verstappen steunde die kritiek op de economie van de kartsport. "Mensen betalen 10.000 tot 12.000 voor een ronde in de mini's. Dat is gewoon krankzinnig, dit soort prijzen", zei de viervoudig wereldkampioen. Volgens Verstappen sluit dat "echt talent" uit dat niet de financiële steun heeft om überhaupt door te stoten naar de formuleklassen.
Verstappen ziet daarom steeds realistischere simulatoren als een goedkoper parallel pad in de voorbereiding van jonge coureurs. Karting blijft volgens hem belangrijk, maar hij vindt dat talentontwikkeling ook buiten de traditionele route verkend moet worden nu de prijzen "door het dak gaan".
Esteban Ocon onderstreepte het toegankelijkheidsprobleem vanuit zijn eigen achtergrond. De Haas-coureur zei dat hij er met de huidige prijzen in de mini-klasse niet meer zou zijn gekomen als hij zijn loopbaan vandaag opnieuw had moeten beginnen. Ocon noemde de situatie "best wel gek" en "jammer", al stelde hij ook dat jonge rijders nog altijd toegang moeten houden tot echte rijtijd tegen betaalbare tarieven, iets wat volgens hem tegenwoordig "extreem moeilijk" is.
De FIA heeft al een eerste stap gezet met een driejarig Global Karting Plan, bedoeld om alternatieve routes voor jong talent te bieden en de instapkosten te verlagen. Onderdeel daarvan zijn een Arrive and Drive World Cup in Maleisië met gestandaardiseerde karts voor talent uit Azië en een Karting Excellence Centre voor opleiding en ondersteuning van veelbelovende rijders. Maar zolang de traditionele route naar de top zo duur blijft, blijft Hamiltons waarschuwing staan dat geld steeds zwaarder weegt dan talent in de weg naar de Formule 1.
© Eterna