Haas verliet Miami met de conclusie dat punten er zonder upgrades nauwelijks in zaten, maar ook met het gevoel dat het team genoeg heeft geleerd om in Canada terug te slaan met een zwaar vernieuwde VF-26.
Dat beeld werd op zondag bevestigd. Oliver Bearman finishte de Grand Prix als elfde, net buiten de punten en achter beide Williams, en zag daarin vooral damage limitation in een weekend waarin rivalen wel nieuwe onderdelen hadden meegebracht. De Haas-coureur zei na afloop dat hij "een beetje teleurgesteld" was, maar niet ontevreden, omdat het team vooraf al een zwaar weekend had verwacht zonder evoluties. Hij wees erop dat Alpine en Williams in Miami met fors aangepaste auto’s reden, terwijl Haas pas in Canada een grote stap zet. Ondanks uitvallers voor hem vond Bearman het daarom verdedigbaar dat Haas dicht bij de top tien eindigde.
Hij zei ook dat Haas in de openingsfase en rond de pitstops pech had gehad. Tegelijk bleef zijn oordeel nuchter: het vertrouwen in de VF-26 was niet optimaal geweest, al voelde de auto in de race beter aan dan eerder in het weekend. Volgens Bearman had Haas de auto nog altijd niet gemaximaliseerd, wat de elfde plaats tegelijk acceptabel en frustrerend maakte.
Esteban Ocon, Haas-coureur, trok na de race dezelfde lijn door. Hij erkende dat Haas simpelweg performance miste en dat zelfs betere keuzes waarschijnlijk niet genoeg waren geweest voor punten. Volgens Ocon had het team "op zijn best elfde" kunnen worden. Wel vond hij dat Haas meer uit de race had kunnen halen, vooral in de fase na de pitstop of met een eerdere stop, en hij stelde dat die fouten later in het seizoen niet mogen terugkomen.
De tekortkomingen waren al op vrijdag zichtbaar. In Sprint Qualifying reed Bearman naar de dertiende tijd, maar hij omschreef de auto daarna als onvoorspelbaar op de limiet in de hitte van Miami, vooral in de langzame bochten. Met de muren dicht langs de baan miste hij het vertrouwen om er in een kwalificatieronde alles uit te halen. Ocon viel in dezelfde sessie al in SQ1 af als achttiende. In gesprek met Canal+ zei hij dat Haas geen goede vrije training had gehad en kampte met deployment-problemen, waardoor hij soms met 50 km/h meer en dan weer met 50 km/h minder een bocht in kwam. De balans van de auto lag volgens hem volledig buiten het werkvenster.
Zaterdag bracht verbetering, maar niet genoeg om echt mee te doen voor de top tien. In de Sprint werden Ocon en Bearman na de diskwalificatie van Gabriel Bortoleto opgewaardeerd naar de elfde en twaalfde plaats. Later op de dag haalden beide Haas-coureurs Q2 in de kwalificatie voor de Grand Prix, waarna Bearman als dertiende eindigde in 1:29.567 en Ocon als vijftiende in 1:29.772. Ocon sprak toen van een duidelijke stap vooruit ten opzichte van vrijdag. Hij voelde dat de auto veel beter was en dat er meer performance in zat, al kostte een licht muurcontact hem tijd in de laatste bocht.
Ook Bearman zag toen al waar het probleem zat. Haas had volgens hem last van de achterkant, vooral in de snelle secties, en de auto was moeilijk op de baan te houden. In de kwalificatie kwam daar nog bij dat rivalen een grotere stap zetten. Omdat Haas geen update had meegenomen, wist het team volgens hem vooraf dat Miami vooral een kwestie van beperken van de schade zou worden.
Die context maakt de blik op Canada belangrijker dan de uitslag in Miami zelf. Ocon zei na de race dat Haas veel heeft begrepen van de zwakke punten van de huidige auto en dat die lessen kunnen helpen in het vervolg van het kampioenschap. Het belangrijkste vooruitzicht is voor hem de volgende race in Montréal, waar een groot deel van de VF-26 nieuw zal zijn. Juist omdat Haas in Miami al wist dat het met dit pakket tekort zou komen tegen Williams en Alpine, zal de update in Canada bepalen of de ploeg in het middenveld weer terrein kan terugpakken.
© Jonathan Borba