Allan McNish begint dit weekend in Miami als nieuwe Racing Director van Audi, waarmee het team na het plotselinge vertrek van Jonathan Wheatley een ervaren interne kracht naar voren schuift om de operatie aan het circuit te stabiliseren.
McNish rapporteert rechtstreeks aan Audi F1-CEO en teambaas Mattia Binotto en neemt vanaf de Grand Prix van Miami een brede rol op zich. De 56-jarige Schot wordt verantwoordelijk voor sportieve zaken, de coördinatie van engineering, coureursmanagement, racestrategie, garage-operaties en de media- en partneractiviteiten op het circuit. Tegelijk blijft hij Audi’s Driver Development Programme leiden.
Voor Binotto was juist die combinatie van ervaring en bekendheid met het project doorslaggevend. Tijdens de persconferentie voor teambazen op vrijdag op het Miami International Autodrome noemde hij McNish “een geweldige persoonlijkheid” en “een geweldige match”. Volgens Binotto kent hij Audi door en door, begrijpt hij “de taal van de coureurs” en weet hij wat er aan de pitmuur gevraagd wordt, niet alleen als voormalig coureur, maar ook door zijn eerdere werk als teambaas in de Formule E. “He was an easy plug-in, in our organisation,” zei Binotto. Omdat hij zelf niet alle races aanwezig is, wordt McNish op locatie het vaste gezicht van het team.
Die keuze is Audi’s directe antwoord op de bestuurlijke onrust na Wheatleys vertrek eind maart. In de paddock werd gemeld dat de relatie tussen Wheatley en Binotto al langer onder druk stond, al stelde Audi dat Wheatley om persoonlijke redenen opstapte. Met McNish kiest het team in elk geval niet voor een externe vervanger, maar voor iemand die al vanaf het begin bij het F1-project betrokken is.
Dat is ook precies waarom de coureurs de benoeming zonder aarzeling omarmen. Gabriel Bortoleto zei donderdag in Miami dat McNish “an incredible job” zal doen, omdat hij al jarenlang deel uitmaakt van Audi, Le Mans heeft gewonnen, in het management van het Formule E-team zat en binnen deze organisatie al meerdere functies heeft vervuld. Volgens de Braziliaan is er daarom geen enkele zorg over zijn inpassing. Nico Hülkenberg sloot zich daarbij aan en noemde het “a very fitting role”, juist omdat McNish al zo lang met Audi en het F1-project verbonden is en zowel F1- als bredere motorsportervaring meebrengt.
De urgentie achter die snelle interne oplossing is duidelijk. Audi beleeft een lastige start van zijn debuutjaar in de Formule 1 en staat met twee punten achtste van elf teams in het kampioenschap. Binotto zei dat het team in grote lijnen tevreden is met wat het tot dusver heeft bereikt als nieuwe fabrikant onder nieuwe reglementen, maar maakte tegelijk duidelijk dat dat niet hetzelfde is als tevreden zijn over het prestatieniveau.
“Wanneer we naar de performance op de baan kijken, is er nog steeds een groot gat naar de topteams,” zei Binotto. Dat verraste hem niet, omdat Audi het opneemt tegen gevestigde organisaties met meer mensen, grotere infrastructuur en meer ontwikkelde tools. Het meest zichtbare tekort zit volgens hem in de motor. “The most obvious is the gap we’ve got on the power unit,” zei hij, een achterstand die volgens hem te verwachten was voor een gloednieuwe motorfabrikant. Audi heeft volgens Binotto wel een ontwikkelingsplan klaar en ziet geen reden tot paniek, maar de achterstand is volgens hem groot.
Tegen die achtergrond kreeg McNish in Miami meteen een onrustige eerste werkdag in zijn nieuwe functie. Hülkenberg en Bortoleto vielen in de sprintkwalificatie net buiten de top 10 en de eerste vrije training verliep rommelig, waarbij Bortoleto klaagde dat de auto “niet fatsoenlijk was afgesteld”. Toch zag Binotto daarin ook een eerste bevestiging van zijn keuze. Hij zei dat hij McNish “aan de pitmuur met een glimlach” zag staan, “zelfs tijdens een rommelige eerste vrije training”, en noemde dat “een goede start”.
Voor Audi is dat uiteindelijk de kern van deze wissel: niet een snelle sportieve ommekeer verwachten, maar op het circuit iemand neerzetten die het project direct kan dragen terwijl het team met een duidelijke achterstand aan zijn lange opbouw in de Formule 1 werkt.
© Jonathan Borba