De FIA heeft voor de Dutch Grand Prix op Zandvoort twee prototypefilters in het drainagesysteem van het circuit geplaatst om banden-, rem- en andere slijtagedeeltjes uit regenwater te halen voordat die in het milieu terechtkomen.
De proef draait om meer dan alleen een Formule 1-weekend. De autosportbond gebruikt Zandvoort als praktijklab voor een techniek die later ook op gewone wegen zou kunnen worden toegepast. De twee units zijn ontwikkeld met de Technische Universiteit Berlijn en de Duitse start-up Urbanfilter en zijn ingebouwd rond de pitstraat en de Tarzanbocht. Samen bestrijken ze ongeveer 3.300 vierkante meter van het circuit.
De belangrijkste vraag is nu niet of het systeem in theorie werkt, maar of het dat ook doet onder de wisselende omstandigheden van een grand prix. Nicolas Aubourg, hoofd R&D van de FIA, zei dat de laboratoriumtests tot nu toe bemoedigend waren. “In laboratoriumtests ving het systeem tot 99% van de deeltjes in het water af, met een onderhoudsinterval van ongeveer een jaar. Wat we nu moeten vaststellen, is hoe een prototype presteert onder echte omstandigheden op een circuit.”
Daarmee raakt de test aan een veel groter milieuprobleem. Volgens een OESO-rapport uit 2024 kwam in 2020 naar schatting 2,7 miljoen ton microplastics in het milieu terecht, een hoeveelheid die tegen 2040 naar verwachting zal verdubbelen. Een studie onder leiding van de Universiteit van Portsmouth schat dat bandendeeltjes goed zijn voor ongeveer 28 procent van alle microplastics die wereldwijd in het milieu belanden.
Voor de FIA zit de waarde van het project juist in het gecontroleerde karakter van een raceweekend. Als de filters op Zandvoort standhouden en effectief blijken, ontstaat er een tastbaar argument om dezelfde aanpak ook buiten de paddock te gebruiken. Aubourg zei dat vooral stratencircuits daarbij interessant zijn: “Als we de organisatoren van andere stratencircuits kunnen overtuigen dat we deze filters kunnen installeren, kunnen we racen met minder deeltjes die het terrein verlaten en de filters daarna laten liggen voor het dagelijkse wegverkeer.” Volgens hem zou dat betekenen dat “een aanzienlijke hoeveelheid deeltjes niet in het milieu terechtkomt.”
Als de proef in Zandvoort slaagt, wil de FIA vanaf volgend jaar met andere circuits over het concept praten. Juist daar ligt de sportieve test omgezet in de bredere ambitie: een oplossing die tijdens een grand prix wordt gevalideerd en daarna inzetbaar kan worden voor miljoenen voertuigen op de openbare weg.
© Jonathan Borba