Hamilton prijst F1-regels, Verstappen keert zich ertegen

Lewis Hamilton zwemt tegen de stroom in. De Mercedes-coureur schaart zich openlijk achter de nieuwe Formule 1-regels en zegt dat dit is hoe racen hoort te zijn, terwijl titelrivaal Max Verstappen van Red Bull de koers van de sport hard bekritiseert en zelfs aangeeft te kunnen afhaken. Hamilton wijst naar zijn podium in Shanghai, na een fel en lang duel met Ferrari-rijder Charles Leclerc op het Shanghai International Circuit, als bewijs dat de huidige richting werkt.

Volgens Hamilton maken de nieuwe auto’s het mogelijk om dicht op elkaar te rijden zonder dat de voorbanden meteen instorten. Hij ziet meer lange gevechten en minder eenmalige inhaalacties. Voor hem onderstrepen de ronden naast en achter de Ferrari in China hoe hij de sport wil zien: hoge snelheid, lang in elkaars vuile lucht blijven, en dan pas toeslaan. Hij vindt dat coureurs moeten stoppen met klagen en juist het racen omarmen dat nu op de baan ontstaat.

Verstappen leidt de tegenreactie. De drievoudig wereldkampioen wil dat de Formule 1 trouw blijft aan een sterke verbrandingsmotor en bekritiseert de grotere rol van de batterij in het toekomstige pakket. Eerder dit seizoen vergeleek hij die richting met een Formula E-achtige benadering op steroïden en zei hij dat zijn kritiek draait om de koers van de sport. Daarbij hintte hij dat hij kan weglopen als de lijn zo blijft. Dat zet zijn steun voor de veranderingen op scherp en vergroot de kloof in het rijderspeloton over waar F1 heen moet.

In die bredere discussie klinken meer zorgen. Rijders spreken over veiligheid en over energiemanagement dat zogeheten yo-yo racing veroorzaakt, met snelheidsverschillen die op rechte stukken heen en weer schommelen. Hamilton erkent dat er details te verfijnen zijn, maar benadrukt dat het oude DRS-tijdperk een kunstmatige pleister was. Volgens hem stuurt de sport nu naar racen dat op eigen benen kan staan, met auto’s die elkaar langer kunnen bevechten zonder hulpmiddelen.

Opvallend is de context bij Hamiltons stevige positie. Hij worstelde juist in het ground-effect-tijdperk en vond zelden het ritme dat hem daarvoor zo vaak naar voren bracht. Toch zegt hij die fase nu achter zich te hebben gelaten. De huidige gevechten vindt hij leuker en intensiever dan in eerdere generaties. Hij wil dat het veld verder naar elkaar toe kruipt, zodat niet alleen de kop maar ook het middenveld profiteert van auto’s die elkaar op hoge snelheid kunnen volgen. In dat beeld passen regels die volgens hem het racen centraal zetten en niet het stileren van inhaalhulpen.