De discussie over de F1-regels voor 2026 draait om de batterij die ongeveer de helft van het vermogen levert. Dat maakt energiebeheer zo bepalend dat aanvallen en verdedigen vaak afhangen van inzet en herladen. Topcoureurs zoals Max Verstappen van Red Bull en Lando Norris van McLaren hebben daar openlijk kritiek op geuit. Lewis Hamilton van Mercedes en Pierre Gasly van Alpine komen in dezelfde gesprekken terug, net als voorbeelden uit de Chinese Grand Prix en races in Japan.
De nieuwe 50/50-verdeling tussen verbrandingsmotor en batterij vraagt om actief sturen van energie. Coureurs plannen wanneer ze de elektrische boost inzetten, en wanneer ze moeten sparen. De herlaadtijd zet de toon voor wat volgt in de ronde daarna. Dat leidt tot zogenoemde yo-yo-inhaalacties. Posities wisselen omdat de ene auto net kan deployen en de andere net moet sparen. Dat voelt voor veel rijders minder als een duel om rempunten of lijnkeuze en meer als het lezen van de power unit.
Na de Chinese Grand Prix noemde Verstappen het Mario Kart. Norris wees op momenten in Japan waarop batterij-vensters zijn gevecht met Hamilton stuurden. Hij zei dat hij zich niet kon verdedigen wanneer de inzet ophield. Niet iedereen ziet het even somber. Gasly benadrukte dat grip, banden en de limieten van de auto nog steeds bepalen wat wel en niet kan. Volgens hem blijft rijvaardigheid deel van het plaatje, ook als energiebeheer groter wordt.
De sportieve gevolgen zijn voelbaar. Het aantal inhaalacties is de laatste tijd toegenomen, maar niet iedereen vindt dat de duels beter worden. De wisselende vermogenscurves zorgen soms voor snel ruilen van positie, zonder dat een coureur het gevecht kan vasthouden. Tegelijk schuift de balans in het kampioenschap. Red Bull en Verstappen zijn slecht begonnen. Er was een uitvalbeurt in China en ze staan laag in het klassement. Dat voedt de vraag of de regellijn voor 2026 de gewenste sport oplevert.
Belanghebbenden bereiden een beslissende bijeenkomst voor over mogelijke aanpassingen. Een voorstel van McLaren-teambaas Andrea Stella ligt concreet op tafel. Teams zouden per circuitdelen mogen aanwijzen waar, na een liftmoment, de elektrische assistentie weer beschikbaar komt. Dat geeft coureurs meer controle over aanval en verdediging. Het kan ook de voorspelbaarheid van energievensters verminderen. Er kleven nadelen aan. De complexiteit neemt toe en de verschillen tussen teams in strategie en softwareset-up kunnen groter worden.
De kern van het debat blijft dezelfde. Als de batterij de helft van het vermogen levert, bepaalt energiebeheer vaak het verloop van een gevecht. De vraag is hoe je die realiteit zo in regels giet dat coureurs kunnen racen zonder dat de power unit het duel dicteert. Voorstellen liggen klaar en de partijen gaan in gesprek over koers en detail. Wat er ook uitkomt, de 2026-versie van F1 zal draaien om hoe en waar energie vrijkomt, en wie daar het beste mee omgaat.