← Home

Audi erkent trage starts: power unit beperkt, geen snelle fix

1 apr, 17:03

Audi geeft toe dat er op korte termijn geen oplossing is voor de slechte starts dit seizoen, omdat die voortkomen uit beperkingen van de nieuwe krachtbron en dus niet snel te verhelpen zijn. Het team zegt dat de problemen raken aan keuzes in het motorconcept. Die keuzes vragen tijd om te veranderen.

In Japan ging het opnieuw mis bij het wegkomen. Gabriel Bortoleto kwalificeerde zich als achtste en Nico Hülkenberg als dertiende. Beiden verloren veel posities bij het uitgaan van de lichten. Na de eerste ronde stonden ze dertiende en negentiende. Het duo keerde zonder punten terug. De ronde één-verliezen onderstrepen het patroon dat de startfase de rest van de race schaadt.

Audi legt uit dat de trage starts samenhangen met de power unit. Het pakket gebruikt een relatief grote turbo en compressor. Zo’n grotere eenheid heeft meer traagheid. De turbodruk komt daardoor later op gang. In die fase moet het elektrische deel van de aandrijflijn extra helpen om het gat te dichten. Dat maakt het moeilijk om direct na het loslaten van de koppeling het volle koppel te bieden. Tegenstanders die sneller boost opbouwen, slaan dan een gat dat daarna lastig te dichten is in het verkeer.

Die keuze werkt door in de hele rondetijd. Per ronde is er maar een beperkte hoeveelheid energie te oogsten en te gebruiken. Als het systeem meer elektrische ondersteuning moet geven bij de start, blijft er minder marge over voor de rest van de ronde. Het team zegt dat zulke conceptkeuzes niet snel zijn terug te draaien. Aanpassingen aan turbo, compressor en hulpsystemen vergen nieuwe ontwerpen, testen en productie. Dat vraagt maanden, geen weken.

De FIA biedt via de ADUO-regeling ruimte om achterstanden in motorprestaties te verkleinen. Audi ziet daar kansen, maar tempert verwachtingen. De doorlooptijden voor motorontwikkeling zijn lang. De eerste beoordelingsmomenten in dit raamwerk liggen pas later in het seizoen. De fabriek kan dus niet van race tot race grote sprongen maken. Volgens het team zijn “mirakels niet mogelijk”. Het herstel is een plan voor meerdere jaren met als doel een volwaardig pakket richting 2030. Tot die tijd wil Audi stap voor stap werken, met elk updatepakket een klein voordeel.

Acterend teambaas Mattia Binotto en de coureurs maken van starts een topprioriteit. Het team bekijkt procedures, koppeling- en motorafstellingen en de energiedeling tussen verbrandingsmotor en elektrische systemen. Toch waarschuwt de renstal dat een korte racepauze of een paar wedstrijden geen omslag zal brengen. De basis van het probleem zit in de hardware en in de gekozen architectuur. Software en fine-tuning kunnen helpen om uitschieters te beperken. Structurele winst vraagt meer tijd en nieuwe delen.

Op korte termijn verwacht Audi daarom nog te blijven worstelen ten opzichte van Ferrari en Mercedes. Die teams komen beter weg bij de start en kunnen hun racestructuur vrijer plannen. Audi moet vaker inhalen na ronde één, wat banden en energie kost. Dat vergroot het verschil in tempo over de afstand. In Japan was dat zichtbaar vanaf de eerste meters en herhaalde het zich in de strategiefase.

Binnen de fabriek ligt de focus op betrouwbaarheid en een geleidelijke verhoging van de efficiëntie. Het doel is een stabiele basis waarop latere verbeteringen kunnen bouwen. Het team koppelt die lijn aan het ADUO-pad en aan de interne ontwikkelkalender. De boodschap na Japan is helder: de trage starts zijn geen los probleem, maar een uiting van een breder pakket. Een snelle pleister bestaat niet. Audi mikt op een lang traject richting een sterker en beter te rijden power unit-concept, met geduld als randvoorwaarde.