Toto Wolff zegt dat hij in twee gedachten is over een terugkeer van Christian Horner. Hij mist de kleurrijke, controversiële persoonlijkheid in de paddock, maar denkt dat Horner veel bruggen heeft verbrand, waardoor een comeback onwaarschijnlijk lijkt. De Mercedes-teambaas spreekt met waardering over zijn oud-rivaal van Red Bull, en stelt tegelijk dat de verhoudingen in de sport zijn veranderd.
Volgens Wolff mist de Formule 1 sterke karakters. Hij noemt Horners invloed groot en schetst hoe de dynamiek ooit werkte. In zijn woorden heeft de sport het goede, het slechte en het lelijke nodig. Hij vindt dat het slechte is verdwenen, terwijl het goede en het lelijke zijn gebleven. Daarmee doelt hij op spanning en frictie die, hoe ongemakkelijk soms ook, verhalen en rivaliteit voortbrengen. Wolff zegt dat zo’n mix de paddock levendig maakt en dat Horner daarin een vaste rol speelde.
Die waardering gaat samen met een nuchtere blik op hun verleden. Wolff noemt de rivaliteit met Horner extreem intens. Hij zegt dat sommige acties van zijn tegenstrever moeilijk te begrijpen waren. Toch vindt hij dat mensen elkaar krediet moeten geven voor wat is bereikt. Succes komt niet zonder harde strijd, en dat erkent hij openlijk. Volgens Wolff vormde die strijd, op de baan en daarbuiten, een wezenlijk deel van de recente F1-geschiedenis. Hij ziet dat terug in de manier waarop teams zich aan elkaar meten, in woorden en in daden.
Wolff plaatst wel een duidelijke kanttekening bij het idee van een horlogevriendelijke terugkeer. Hij denkt dat het lastig is om Horner nog als bondgenoot te zien of als iemand die een gedeeld doel kan dragen. Volgens hem heeft Horner veel relaties binnen de sport beschadigd. Dat maakt het, in Wolffs ogen, moeilijk om een passende rol te vinden. Er gaan geruchten dat teams en investeerders belangstelling tonen, maar Wolff blijft sceptisch. Hij twijfelt of er een functie is waarin Horner meteen kan aansluiten zonder dat oude wonden open gaan.
Ondanks die twijfel toont Wolff zich mild over de persoon. Hij zegt niemand kwaad te wensen en hij geeft aan dat hij at ease is met welke uitkomst er ook komt. Hij benadrukt dat het niet aan hem is om te beslissen wat er gebeurt. De markt, de teams en de eigen keuzes van Horner bepalen het vervolg. Op één punt is Wolff echter ondubbelzinnig. Samenwerken binnen hetzelfde team ziet hij niet gebeuren. Die deur houdt hij dicht. De geschiedenis tussen beide kemphanen is te zwaar om te negeren, en de dagelijkse praktijk in één organisatie vraagt om volledig vertrouwen.
Het beeld dat overblijft is tweeslachtig. Wolff prijst het soort scherpe persoonlijkheid dat Horner belichaamt, omdat het de sport kleur en spanning geeft. Tegelijk wijst hij op de realiteit van beschadigde verhoudingen. Volgens hem weegt dat zwaar in een omgeving waarin samenwerking, ook tussen rivalen buiten de baan, steeds vaker nodig is. Zijn woorden schetsen een sport die baat heeft bij uitgesproken figuren, maar die ook rekening houdt met de nasleep van jarenlange strijd. Voor Wolff wegen die twee kanten nu even zwaar. Hij mist de persoon Horner in de paddock, maar hij ziet weinig ruimte voor een rol die past bij de huidige verhoudingen.
© Jonathan Borba