Lewis Hamilton eindigde als zesde in de Grote Prijs van Japan na een “heel verwarrend” tekort aan energie en vermogen. Op Suzuka verloor de Ferrari-coureur het tempo om een mogelijke podiumplek vast te houden. Hij vraagt zijn team om uit te zoeken of het aan de motor, de energie-deployment of een verlies van overtake-boost lag. Teamgenoot Charles Leclerc, Lando Norris en George Russell gingen hem voorbij.
De race begon hoopvol. Hamilton startte als zesde en schoof kort op door een safety car en een goed getimede pitstop. Het venster voor een topdrie leek even open te staan. Daarna zakte zijn tempo weg in de middenfase. Leclerc ging er als eerste langs, waarna Norris en Russell dezelfde beweging maakten. Hamilton kon niet terugslaan en kwam als P6 over de finish.
Volgens Hamilton voelde de auto zich niet op normaal niveau op de rechte stukken en bij het uitrijden van de bochten. Hij zei dat hij vaak moest verdedigen, terwijl zijn bandenbeheer in orde was. De discrepantie zat volgens hem in het beschikbare vermogen en in hoe de hybride energie vrijkwam. Hij wil begrijpen of het probleem in de verbrandingsmotor zat, in de manier waarop de MGU-systemen hun energie afgeven, of in een functie die hij als overtake-boost omschreef. Zonder dat pakket aan extra vermogen vond hij geen snelheid om mee te gaan met de groep voor hem.
Ferrari-teamchef Fred Vasseur wees na afloop op een bekend patroon. Als de afstand tot de auto voor je groter wordt dan één seconde, valt er voor de rijder minder te halen uit de overtake-boost. Op Suzuka telt rechtelijnse snelheid zwaar, en de SF van Ferrari kampt al met een tekort in een rechte lijn. Zodra Hamilton buiten dat bereik raakte, werd het moeilijk om dichterbij te komen. In verkeer werd het tekort zichtbaarder, en dat hielp rivalen om hem te passeren.
Hamilton meldde ook een moment van overstuur dat hem tijd kostte. Hij moest kort liften, verloor tractie en verloor zo nog meer momentum op het snelle middensector-gedeelte. Op Suzuka straft elke onderbreking in de gaspositie af, omdat de ronde zo veel vloeiende bochten kent. Die hapering paste in het beeld van een auto die niet de gewenste punch had om aanvallen af te slaan of in te zetten.
Het samenspel van factoren maakte zijn zondag stroperig. Wanneer hij vlak achter een voorganger reed, liep de batterijafgifte toch niet op het gewenste moment leeg, stelde Hamilton. Wanneer hij lucht had, miste hij de laatste pk’s om de volgende slipstream te pakken. Daardoor belandde hij in een cyclus van verdedigen in plaats van aanvallen. Leclerc, die op een vergelijkbare strategie reed, kon wel doorstoten, wat de interne vergelijking voor Hamilton nog scherper maakte.
Vasseur gaf aan dat Ferrari de data van de eerste drie races naast elkaar legt. Het team wil vaststellen of de dip in Suzuka een patroon bevestigt of een uitzondering was. De analyse richt zich op de motorstand, het energiemanagement en het gebruik van de overtake-boost binnen verschillende afstanden tot andere auto’s. Ook de aerodynamische weerstand en de balans in medium- en high-speed bochten worden bekeken, omdat die de energieopbouw en -afgifte beïnvloeden op een baan als Suzuka.
Hamilton blijft positief over het bredere plaatje van het seizoen. Hij ziet tempo in de auto op dagen dat de afstelling klopt en het verkeer meezit. Toch noemde hij Suzuka frustrerend. Volgens hem moet Ferrari helder krijgen waarom het pakket soms vermogen en energie mist op momenten dat hij het nodig heeft. Hij verwacht dat het team met oplossingen komt om hem weer in de strijd om het podium te brengen, zeker op circuits waar tractie en rechte-lijnsnelheid het verschil maken.
© Jonathan Borba